Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 26 juni 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:4373
Werkgeefster heeft een zekere beoordelingsvrijheid met betrekking tot het functioneren van werkneemster en het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Verzoeken van werkneemster tot betaling van een billijke vergoeding en schadevergoeding wegens het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst worden afgewezen.

Feiten

Op 1 januari 2023 is werkneemster als coördinator in dienst getreden bij werkgeefster op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 december 2023. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de arbeidsovereenkomst bij ongewijzigde omstandigheden en goed functioneren voor onbepaalde tijd wordt voortgezet. Op 27 september 2023 heeft werkgeefster tijdens een functioneringsgesprek met werkneemster kritiek geuit op het functioneren van werkneemster. In een vervolggesprek op 18 oktober 2023 heeft werkgeefster werkneemster gemeld dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden voortgezet. Dit is bij brief van 10 november 2023 aan werkneemster bevestigd. In diezelfde brief heeft werkgeefster aanspraak gemaakt op terugbetaling van een bedrag van € 10.689,37 bruto, omdat bij een controle van de loonadministratie was gebleken dat werkneemster van januari tot en met september 2023 381,5 overuren had geregistreerd en die overuren aan zichzelf had laten uitbetalen. Om diezelfde reden was werkneemster eerder al op non-actief gesteld. In onderhavige procedure verzoekt werkneemster de kantonrechter werkgeefster te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding dan wel een schadevergoeding, omdat volgens werkneemster het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgeefster. Dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten zou volgens werkneemster gelegen zijn in het feit dat werkgeefster het functioneren van werkneemster pas in een laat stadium ter discussie heeft gesteld, haar ten onrechte heeft beschuldigd van fraude met overuren, haar ten onrechte op non-actief heeft gesteld, haar arbeidsovereenkomst op grond van het bepaalde in de arbeidsovereenkomst had moeten verlengen en collega’s op onjuiste wijze heeft geïnformeerd over het vertrek van werkneemster. Verder stelt werkneemster dat werkgeefster ten onrechte eerder uitbetaalde overuren heeft ingehouden op het loon van november en december 2023 en dat zij recht heeft op de uitbetaling van niet gewerkte overuren in november en december 2023. Ten slotte maakt werkneemster aanspraak op de uitbetaling van opgebouwde maar niet genoten vakantie dagen.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter stelt voorop dat werkgeefster een zekere beoordelingsvrijheid toekomt met betrekking tot het functioneren van werkneemster en het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Uit de processtukken blijkt dat werkneemster niet kritiekloos heeft gefunctioneerd. Invoelbaar is daarom dat werkgeefster op 18 oktober 2023 heeft besloten de arbeidsovereenkomst met werkneemster niet voort te zetten. Anders dan werkneemster meent, heeft werkgeefster hierbij geen verplichting om werkneemster eerst meer tijd en mogelijkheden te geven om haar functioneren te verbeteren. De andere door werkneemster gestelde omstandigheden zien op de afwikkeling van het besluit en op een discussie over overuren. Dit zijn omstandigheden die zich pas hebben voorgedaan nadat werkgeefster het besluit had genomen om de arbeidsovereenkomst niet voort te zetten, zodat het causaal verband hiertussen ontbreekt. Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten is derhalve niet gebleken. Ten aanzien van de gestelde overuren oordeelt de kantonrechter dat het op de weg van werkneemster lag om feiten en omstandigheden te stellen waaruit het verzoek om overuren te maken van werkgeefster volgt en waaruit volgt dat werkneemster die overuren heeft gemaakt. Dit heeft zij niet gedaan. Tot slot gaat de kantonrechter ervan uit dat de niet-genoten vakantiedagen reeds zijn uitbetaald, nu deze op de gecorrigeerde loonstrook van december 2023 staan vermeld. De eindconclusie is dan ook dat de verzoeken van werkneemster worden afgewezen.