Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 6 juni 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:5871
Werknemer vordert in kort geding schorsing van zijn concurrentiebeding. De vordering wordt afgewezen.

Feiten

Werknemer is op 10 oktober 2022 in dienst getreden bij werkgever. Werknemer runde het proces van het verpakken en verladen van kleine partijen biologische tomaten. De werkzaamheden bevinden zich in een nichemarkt. Werknemer had contact met telers, leveranciers, transporteurs en de werkvloer. In februari 2024 heeft werknemer een aanbieding gekregen van een andere onderneming die zich bezighoudt met het verpakken en verladen van groente. Toen werknemer aankondigde te willen overstappen heeft werkgever hem te kennen gegeven dat werknemer aan zijn concurrentiebeding zou worden gehouden. Kort gezegd houdt het concurrentiebeding een verbod in om bij een concurrent in dienst te treden voor zes maanden. Werknemer heeft opgezegd per 1 april 2024 en vordert in kort geding schorsing van het concurrentiebeding.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Dat de geografische beperking van 75 kilometer in het concurrentiebeding te ruim zou zijn geformuleerd is niet aannemelijk gemaakt. Werknemer heeft ten aanzien van de noodzakelijkheid van het beding vanwege zwaarwegende bedrijfsbelangen aangevoerd dat hij slechts een uitvoerende functie bekleedde. Hij beschikte niet over concurrentiegevoelige bedrijfsinformatie en had geen commercieel contact met klanten. Ook voert werknemer aan dat nauwelijks in zijn kennis is geïnvesteerd en dat tegenover het belang van werkgever het belang van werknemer zwaarder dient te wegen, omdat een overstap een aanzienlijke positieverbetering met zich brengt. Werkgever heeft aangevoerd dat de onderneming zich onderscheidt door het zelf ontwikkelde operationele verpakproces van tomaten. Werknemer runde dat onderdeel en weet van de hoed en de rand ten aanzien van het proces. Omdat de concurrent zijn diensten wil uitbreiden wil werkgever voorkomen dat de kennis en ervaring van werknemer wordt gebruikt om de concurrent op weg te helpen. Dat de concurrent zich ook wil richten op het verpakken van tomaten is niet weersproken, waardoor het voldoende aannemelijk is dat werkgever belang heeft bij het voorkomen dat werknemer tijdens het lopende seizoen bij de concurrent het verpakproces gaat uitvoeren. Naar het oordeel van de kantonrechter is duidelijk geworden dat werknemer vanwege zijn specifieke kennis over verpakkingsprocessen is benaderd. Werkgever heeft een zwaarwegend belang om werknemer aan het concurrentiebeding te houden. De positieverbetering die werknemer kan realiseren is onvoldoende om aan te nemen dat hij onbillijk wordt benadeeld. Gelet op de beperkte duur van het concurrentiebeding kan evenmin worden aangenomen dat de belemmering een onbillijke uitkomst oplevert. Dat werknemer is vrijgesteld van werk na zijn opzegging is een aanwijzing dat werkgever er juist niet op uit is geweest om werknemer aan zich te binden. Op zitting is gebleken dat werknemer al bij de concurrent in dienst is getreden. De gevolgen van het niet afwachten van de procedure, waar werknemer voor heeft gekozen, komen voor zijn eigen rekening en risico. Werknemer wordt in de proceskosten veroordeeld.