Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 12 juli 2024
ECLI:NL:RBOBR:2024:3358
Feiten
Werkneemster heeft op basis van een detacheringsovereenkomst vanaf 7 mei 2019 via Melior Verzekeringen B.V. (hierna: Melior) werkzaamheden verricht bij de gemeente Eindhoven (hierna: Gemeente). De werkzaamheden hadden betrekking op het schoonmaken en toezicht houden op een zwembad. Op 22 juni 2022 schrok werkneemster van een uit het zwembad gehaalde muis die een collega in een schepnet vervoerde. De schrik leidde tot een val met letsel, aan onder andere haar kniegewricht, ten gevolge. Werkneemster verzoekt een verklaring voor recht dat de Gemeente aansprakelijk is voor alle door haar geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade. De Gemeente en Melior voeren aan dat het deelgeschil moet worden afgewezen omdat de toedracht onvoldoende vaststaat waardoor deze kwestie niet geschikt is voor een deelgeschil. Verder stellen zij dat onvoldoende vaststaat dat werkneemster het omschreven letsel ten gevolge van het voorval op 22 juni 2022 heeft opgelopen. Ook voeren zij aan dat de Gemeente niet tekort is geschoten in haar zorgplicht.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Deelgeschilprocedures kunnen een goedkope en eenvoudig manier zijn voor partijen om deelgeschil(len) in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase op te lossen. De rechtspraak brengt mee dat voor zover er onduidelijkheden bestaan over de precieze toedracht van het arbeidsongeval van 22 juni 2022, die onduidelijkheden voor rekening en risico van de Gemeene en Melior komen. Dat de collega die de muis vervoerde niet voorafgaand of tijdens de zitting als getuige is gehoord komt voor rekening en risico van de Gemeente en Melior. De Gemeente en Melior hebben de kantonrechter op 22 mei 2024 verzocht de geplande mondelinge behandeling van 31 mei 2024 te verzetten omdat de betreffende collega verhinderd was. Nu de oproep voor de mondelinge behandeling reeds op 1 maart 2024 verstuurd was, is geen sprake van een klemmende reden om de mondelinge behandeling uit te stellen. Het verzoek leent zich voor een deelgeschilprocedure. Partijen hebben verschillende lezingen over de toedracht van het ongeval. Volgens werkneemster heeft de betreffende collega de muis in het schepnet boven haar hoofd gehouden waardoor zij is geschrokken. Volgens de Gemeente en Melior liep de betreffende collega simpelweg langs werkneemster, op enige afstand. De verklaringen verschillen niet in de conclusie dat werkneemster geschrokken is van de muis in het schepnet. Tussen partijen is niet in geschil geweest dat werkneemster door het incident met de muis de stoel overhaast heeft verlaten en letsel heeft opgelopen. Hiermee staat voldoende vast dat het letsel in de uitoefening van haar werkzaamheden heeft opgelopen. Ter sprake komt of de Gemeente en Melior aan hun zorgplicht hebben voldaan. Zij voeren aan dat het voorval een typische ongelukkige samenloop van omstandigheden is. Tussen partijen is niet in geschil dat de Gemeente de nodige aandacht besteedt aan haar zorgplicht. De Gemeente voert aan dat verdere maatregelen het incident niet hadden kunnen voorkomen. Werkneemster voert aan dat het op de weg van de Gemeente had gelegen om bijvoorbeeld een bakje ter beschikking te stellen waar ongedierte in kan worden opgeborgen. De kantonrechter overweegt dat de toezichtstoel waar werkneemster op zat een zithoogte van 1,70 meter heeft, 3 ver uit elkaar staande smalle treden bevat en geen leuning heeft. Door de kenmerken van de stoel vindt de kantonrechter dat de mogelijkheid dat werknemers zich door de stoel bezeren geen alledaags risico is. De aard van de werkzaamheden brengt mee dat werknemers regelmatig snel uit de stoel moeten komen. Het had op de weg van de Gemeente gelegen specifieke instructies te geven en werknemers training aan te bieden. De omstandigheid dat ongedierte zich slechts sporadisch in het zwembad begeeft, neemt niet weg dat de Gemeente instructies had kunnen geven over de handelswijze, door bijvoorbeeld een bakje te verschaffen. De Gemeente heeft niet voldoende gesteld dat zij alle redelijkerwijs te nemen maatregelen heeft getroffen om een ongeval als het onderhavige te voorkomen. De kantonrechter verklaart voor recht dat de Gemeente aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het incident. De kostenbegroting van werkneemster wordt zonder matiging in stand gelaten, de Gemeente en Melior worden hoofdelijk veroordeeld te kosten te betalen. Omdat de Gemeente en Melior aansprakelijkheid hebben afgewezen was werkneemster genoodzaakt zich tot haar gemachtigde te wenden.