Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 19 juni 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:5921
Feiten
Werknemer is op 20 april 2016 in dienst getreden bij VKV Crewing B.V. (hierna: VKV). Het staat vast dat werknemer als enige schipper op 2 maart 2024 de eindverantwoordelijkheid had aan boord. Daarnaast is duidelijk dat [persoon B] zich heeft misdragen, waarop werknemer fysiek heeft gereageerd. Werknemer is op 8 maart 2024 op staande voet ontslagen. Uit de ontslagbrief blijkt dat werknemer is ontslagen, omdat hij – door het toebrengen van letsel aan [persoon B]– op zeer ernstige wijze is tekortgeschoten in zijn functie en laakbaar heeft gehandeld. Werknemer is het met het ontslag niet eens en vordert vernietiging daarvan. VKV is van oordeel dat zij werknemer op terechte gronden heeft ontslagen. Als wordt geoordeeld dat het ontslag niet terecht was, verzoekt VKV de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden op de e-grond.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt.
Ontslag op staande voet
Ten eerste is sprake van een dringende reden. Werknemer heeft een ernstige inschattingsfout gemaakt door fysiek te reageren op het handelen van [persoon B]. Werknemer heeft dan ook door zijn handelswijze zijn gezag aan boord laten ondermijnen. Dit hoeft VKV van degene die de leiding heeft op het schip niet te accepteren, hetgeen haar een dringende reden voor ontslag geeft. Daarentegen is het ontslag niet onverwijld gegeven. VKV heeft werknemer namelijk nog enige tijd gezag gegeven door hem verder te laten varen vanaf 2 maart 2024 tot 6 maart 2024. Ook als VKV wordt gevolgd in haar stelling dat de dringende reden pas later ter kennis is gekomen van degene die bevoegd was om ontslag te verlenen (haar directeur, de heer [persoon C]), had het ontslag in de gegeven omstandigheden in ieder geval op die dag (te weten: 4 maart 2024) plaats moeten vinden. Door te wachten tot 8 maart 2024 is geen sprake van een onverwijld gegeven ontslag. Er is dan ook geen sprake van een rechtsgeldig ontslag.
Ontbinding van de arbeidsovereenkomst
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW. Zoals hiervoor al is gezegd, heeft zich op 2 maart 2024 een dringende reden voor ontslag voorgedaan. Daaruit vloeit voort dat sprake is van verwijtbaar handelen aan de zijde van werknemer. Dit brengt ook met zich mee dat de arbeidsovereenkomst per vandaag wordt ontbonden (19 juni 2024) en geen transitievergoeding wordt toegekend. Werknemer komt geen billijke vergoeding toe, aangezien VKV niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Beide partijen worden op punten in het ongelijk gesteld. De proceskosten worden daarom gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.