Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Almere), 14 juni 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:4624
Feiten
Werknemer werkt sinds 1 april 2022 voor werkgeefster als senior medewerker ondersteuning-inwerk. Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond, omdat werknemer illegale sigaretten zou hebben verkocht aan collega’s. Op 1 februari 2024 heeft werkgeefster werknemer in het bijzijn van een HR-adviseur geconfronteerd met dit verwijt. Tijdens dat gesprek is aan werknemer een vaststellingsovereenkomst aangeboden om ontslag op staande voet te voorkomen. Die vaststellingsovereenkomst heeft werknemer ondertekend, maar hij heeft binnen de bedenktermijn de ontbinding van die overeenkomst ingeroepen.
Oordeel
Werknemer heeft ter zitting erkend dat hij sigaretten heeft verkocht op de werkvloer, maar hij heeft betwist dat het zou gaan om illegale sigaretten. Werkgeefster heeft verklaard dat als werknemer legale sigaretten zou hebben verkocht op de werkvloer, dit voor haar geen reden zou zijn voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de kantonrechter is de eerste vraag dan ook of vast kan worden gesteld dat werknemer illegale sigaretten heeft verkocht op de werkvloer. Op werkgeefster rust de stelplicht en de bewijslast van de door haar aangedragen ontslaggronden. Ondanks diverse verklaringen en onder meer de stelling van werkgeefster dat op de desbetreffende pakjes sigaretten geen accijnszegels zaten en een daarop volgend onderzoek door de Douane, is de kantonrechter van oordeel dat - gelet op de gemotiveerde betwisting door werknemer - het op de weg van werkgeefster ligt om haar stellingen te bewijzen. Indien komt vast te staan dat werknemer illegale sigaretten (pakjes sigaretten zonder accijnszegels) heeft verkocht aan een of meer collega’s, dan levert dit naar het oordeel van de kantonrechter een voldragen e-grond op die zal leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Ten eerste omdat het verkopen van illegale sigaretten een strafbaar feit oplevert en evident is dat dit verwijtbaar handelen oplevert. Daarbij komt dat, zoals werkgeefster heeft toegelicht, aan een medewerker in dienst van werkgeefster hoge eisen ten aanzien van integer gedrag worden gesteld. Dat blijkt ook uit de Gedragscode en de missie, visie en kernwaarden, waarin een groot gewicht wordt toegekend aan integer gedrag. Als wordt ontbonden op de e-grond, dan is werkgeefster geen transitievergoeding verschuldigd. Dat betekent ook dat de kantonrechter bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen rekening zal houden met een opzegtermijn. De beslissing wordt aangehouden.