Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Lieven de Key
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 juni 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:1511
'Ik wil werken aan jouw pensionering' is geen ernstig verwijtbaar handelen van werkgever jegens WNT-functionaris.

Feiten

Werkneemster is op 1 april 2009 in dienst van Lieven de Key getreden. Sinds 1 juni 2010 heeft zij de functie van directeur Wonen en Onderhoud vervuld. Het brutosalaris bedraagt € 12.758,75 per maand exclusief 8% vakantietoeslag en 6% eindejaarsuitkering. Werkneemster is topfunctionaris in de zin van de Wet normering topinkomens (WNT). X is enig bestuurder van Lieven de Key en voorzitter van de directie waarvan ook werkneemster deel uitmaakt. In 2022 is tijdens coachingsgesprekken tussen directieleden de relatie tussen X en werkneemster onder druk komen staan.

Tijdens een gesprek op 1 november 2022 heeft X aan werkneemster laten weten dat zij de wat haar betreft moeizame relatie niet wenste voort te zetten en dat zij aan de pensionering van werkneemster wil gaan werken. Werkneemster heeft in een uitgebreid memo van 2 november 2022 haar visie uiteengezet. Op 23 november 2022 heeft opnieuw een gesprek plaatsgevonden. X heeft daarin haar excuses aangeboden voor haar opmerking dat zij wilde gaan werken aan een eerdere pensioendatum van werkneemster en heeft mediation voorgesteld. De mediation is op 5 december 2022 aangevangen en op 16 februari 2023 geëindigd.

Bij brief van 27 maart 2023 heeft X werkneemster laten weten dat zij, na uitvoerig overleg met de raad van commissarissen, heeft besloten werkneemster uit haar functie van directeur Wonen te ontheffen. Als reden wordt gegeven dat de vertrouwensband met werkneemster wat X betreft onherstelbaar is verstoord en de samenwerking daarom onhoudbaar is geworden. In de brief wordt verwezen naar het gesprek van 28 februari 2023, waarin alternatieve werkzaamheden zijn besproken, waarbij werkneemster onder dezelfde arbeidsvoorwaarden en binnen de WNT tot haar pensionering zou kunnen doorwerken.

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 september 2023 onder toekenning van de door Lieven de Key aangeboden transitievergoeding, en geoordeeld dat geen sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van Lieven de Key.

Oordeel

Het hof oordeelt als volgt. 

Geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten

Het hof is van oordeel dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van Lieven de Key. Het volgende is daartoe redengevend. Hoewel aan werkneemster kan worden toegegeven dat de opmerkingen van X op 1 november 2022 misplaatst zijn te noemen, weegt het hof in zijn oordeel mee dat X haar excuses heeft aangeboden aan werkneemster en dat X een mediationtraject heeft aangeboden in een poging de relatie te herstellen. Niet is gebleken dat Lieven de Key de mediation heeft gestart om strategische redenen of dat het ontslag van werkneemster al was voorgenomen.

Het hof weegt daarbij de omstandigheid mee dat werkneemster topfunctionaris is in de zin van de WNT. In een dergelijke functie is onderling vertrouwen tussen directieleden essentieel. Wanneer dit vertrouwen wordt geschaad of ontbreekt, leidt dit veelal tot een situatie waarin verdere samenwerking niet mogelijk is. Het feit dat werkneemster herhaaldelijk heeft ontkend dat er samenwerkingsproblemen bestonden binnen de directie doet hieraan niet af, nu op grond van de overgelegde stukken en verklaringen voldoende aannemelijk is dat daarvan wel degelijk sprake was. 

Het hof acht voorts van belang dat werkneemster niet openstond voor alternatieve werkzaamheden tot aan haar pensioen.

Ten slotte weegt het hof mee dat werkneemster zelf heeft bijgedragen aan de verstoring van de arbeidsverhouding door intern - met Y en Z en later met alle andere collega’s in de mail van 5 april 2023 - en extern in de mail van 6 april 2023, te communiceren over haar problemen met X.

De ontbinding van de arbeidsovereenkomst is gelet op het voorgaande niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Lieven de Key, reden waarom werkneemster geen recht heeft op een billijke vergoeding.