Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/werkgeefster
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Bergen op Zoom), 31 juli 2024
ECLI:NL:RBZWB:2024:5354
De Nederlandse rechter is bevoegd, ondanks een Zwitserse forumkeuze, omdat het gewoonlijk werkland Nederland is. Werknemer heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij recht heeft op achterstallig loon en doorbetaling van het loon bij ziekte.

Feiten

Werknemer is op 23 augustus 2023 in dienst getreden bij werkgeefster in de functie van schilder/klusjesman. Op 10 februari 2024 is werknemer tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden van een ladder gevallen, waardoor hij zijn arm heeft gebroken. Op 11 februari 2024 heeft werknemer zich ziek gemeld. In artikel 8 van de arbeidsovereenkomst is bepaald dat het Zwitserse recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst en dat uitsluitend de Zwitserse rechter van Freiburg bevoegd is van geschillen kennis te nemen. Werknemer verzoekt werkgeefster te veroordelen tot het betalen van een nettobedrag van € 6.000 bij wijze van voorschot op het in de bodemprocedure te vorderen achterstallige loon voor de periode van 1 maart tot en met 30 juni 2024 en het betalen van het loon bij ziekte in de zin van artikel 7:629 lid 1 BW.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Er is sprake van een internationale kwestie, omdat werknemer in Nederland woont en werkgeefster in Zwitserland is gevestigd. Daarom moet eerst worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft. Werkgeefster heeft geen woonplaats op het grondgebied van een lidstaat, waardoor de forumkeuze geen werking heeft (art. 25 Brussel I bis).  Werkgeefster kan echter ingevolge artikel 21 lid 2 sub a Brussel I bis worden opgeroepen voor het gerecht van de plaats waar of van waaruit werknemer gewoonlijk werkt of gewoonlijk heeft gewerkt. Dat is in onderhavig geval Moerdijk, omdat werknemer werkte in Moerdijk wanneer de schepen daar stillagen in het dok. De omstandigheid dat schepen varen, doet hier niet aan af. Daarnaast ligt het niet voor de hand dat schilderwerk op een varend schip wordt uitgevoerd. Ook de omstandigheid dat het de intentie was dat werknemer in het buitenland zou gaan werken, verandert evenmin dat Moerdijk de gewoonlijke werkplaats was. Het gaat immers om de vraag waar werknemer heeft gewerkt, niet wat de intentie van partijen was. Dit brengt met zich mee dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat de kantonrechter te Bergen op Zoom als rechter van de plaats Moerdijk bevoegd is van dit geschil kennis te nemen. Door het forumkeuzebeding is, op grond van artikel 8 lid 1 Rome I, het Zwitserse recht van toepassing. Werknemer geniet, op basis van laatstgenoemde artikel, echter ook de bescherming van de dwingendrechtelijke bepalingen in het Nederlandse recht.

Doorbetaling loon

Werknemer heeft onweersproken gesteld dat er sprake is van spoedeisend belang, omdat hij zonder het gevorderde verstoken is van inkomen. Daarnaast heeft werknemer voldoende aannemelijk gemaakt dat hij recht heeft op doorbetaling van zijn loon vanaf 1 maart 2024 en dat een vordering tot betaling daartoe in een bodemprocedure zal worden toegewezen, aangezien de opschorting van het loon in de zin van artikel 7:629 lid 6 BW van werknemer door werkgeefster niet is gerechtvaardigd. Door het loon van werknemer op te schorten, omdat hij niet naar een bedrijfsarts is gegaan om de status van de arbeidsongeschiktheid te laten beoordelen, heeft werkgeefster miskend dat zij verplicht is zich te laten bijstaan door een bedrijfsarts die werknemer moet adviseren en begeleiden. Het is vervolgens de bedrijfsarts die werknemer oproept om de arbeidsongeschiktheid te beoordelen en de re-integratie in gang te zetten. In dit kader heeft werknemer onweersproken verklaard dat hij niet is opgeroepen door een bedrijfsarts. Dat werknemer nog niet bij een bedrijfsarts is geweest, komt daarom voor rekening en risico van werkgeefster. Daarnaast had werkgeefster het loon niet mogen opschorten wegens de omstandigheid dat het lang duurde voordat werknemer medische stukken van zijn ongeval deelde met werkgeefster. Hiermee miskent zij immers dat werknemer in het kader van de re-integratie niet verplicht is om medische stukken aan werkgeefster of haar verzekeraar te verstrekken, maar slechts aan de bedrijfsarts. Gelet hierop komt het door werknemer gevorderde voorschot van € 6.000 netto voor het loon in de periode van maart tot en met juni 2024, wettelijke rente en wettelijke verhoging de kantonrechter gepast voor. Ook de vordering tot betaling van het loon totdat er een einde komt aan de loonbetalingsverplichting zal worden toegewezen. Tot slot wordt werkgeefster in de proceskosten veroordeeld, omdat zij in het ongelijk is gesteld.