Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 30 juli 2024
ECLI:NL:RBMNE:2024:5103
Feiten
Van 31 augustus 2020 tot en met 30 april 2021 werkte werkneemster voor het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dat deed zij op basis van twee elkaar opvolgende uitzendovereenkomsten. Van 6 september 2021 tot en met 31 december 2022 werkte zij op een andere afdeling en in een andere functie. Zij deed dat op basis van drie elkaar opvolgende overeenkomsten van opdracht, gesloten tussen de eenmanszaak van haar en een zogeheten broker. Vanaf 6 maart 2023 werkte werkneemster op basis van een arbeidsovereenkomst voor weer een andere afdeling en in een andere functie. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd om de geschiktheid van werkneemster te beoordelen. Aanvankelijk zou de arbeidsovereenkomst aflopen op 5 maart 2024, maar wegens afwezigheid - werkneemster is sinds 28 november 2023 arbeidsongeschikt - is die verlengd tot 13 juni 2024. Op 23 april 2024 heeft de staat het einde van de arbeidsovereenkomst aangezegd tegen 13 juni 2024. Volgens werkneemster is er inmiddels sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en is de aanzegging een opzegging die onrechtmatig is. Werkneemster verzoekt daarom vernietiging van de opzegging. De staat voert verweer.
Oordeel
Werkneemster stelt dat er zowel op basis van de cao Rijk als op basis van de ketenregeling van artikel 7:668a BW inmiddels tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Cao Rijk
Op basis van de stukken en de toelichting die partijen op de zitting hebben gegeven is naar het oordeel van de kantonrechter niet komen vast te staan dat de werkzaamheden die werkneemster als uitzendkracht en/of zzp'er verrichtte dezelfde of soortgelijke werkzaamheden waren als de werkzaamheden die zij verrichtte uit hoofde van de arbeidsovereenkomst. Werkneemster heeft op de zitting aangegeven dat haar werkzaamheden altijd zijn geweest het adviseren van het managementteam op het gebied van personeelszaken. Uit de door de staat overgelegde vacaturetekst blijkt echter dat werkneemster is aangenomen voor de innovatie en digitalisering van organisatie- en personeelsprocessen. De kantonrechter begrijpt hieruit dat de werkzaamheden van werkneemster niet (meer) zien op de inhoudelijke advisering over HR-zaken, maar op de inrichting en digitalisering van de door de HR-afdeling gebruikte processen en data. Uit het voorgaande volgt dat de laatst uitgevoerde functie wellicht raakvlakken heeft met de eerder door werkneemster verrichte werkzaamheden, maar dat deze functie ook belangrijke elementen bevat waar werkneemster nog geen kennis van en ervaring mee had. Op grond van de cao Rijk stond het de staat daarom vrij om een tijdelijke arbeidsovereenkomst met werkneemster aan te gaan teneinde haar geschiktheid voor de functie te beoordelen.
De ketenregeling van 7:668a BW
Werkneemster beroept zich op de ketenregeling. Zij stelt hiertoe onder meer dat de vanaf 6 september 2021 tot en met 31 december 2022 gesloten overeenkomsten van opdracht kwalificeren als arbeidsovereenkomsten met de staat. Het aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd overschrijdt daarmee het in de ketenregeling opgenomen aantal van drie overeenkomsten en (tezamen met de uitzendovereenkomsten) de duur van 36 maanden. Voordat toegekomen kan worden aan de vraag of er in de periode van 6 september 2021 tot en met 31 december 2022 tussen werkneemster en de staat een arbeidsovereenkomst heeft bestaan, moet eerst worden vastgesteld of werkneemster en de staat zich in die periode jegens elkaar hebben verbonden. De kantonrechter komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat er geen verklaringen of gedragingen, voorafgaand aan de overeenkomst, dan wel tijdens het sluiten van de overeenkomst, zijn gesteld die leiden tot de conclusie dat de staat in de periode van 6 september 2021 tot en met 31 december 2022 contractspartij was van werkneemster. Werkneemster contracteerde destijds immers als zelfstandige met een broker, en niet met de staat, aldus de kantonrechter.
Stukken op intranet
Ook als de overeenkomsten van opdracht niet worden aangemerkt als arbeidsovereenkomsten, is volgens werkneemster voldaan aan de ketenregeling. Uit twee op het intranet (ConnectPeople) van de staat gepubliceerde stukken blijkt volgens haar namelijk dat de staat het beleid voert dat ook periodes waarin is gewerkt als zzp'er meetellen voor de ketenregeling. Anders dan werkneemster heeft betoogd, mocht zij uit de documenten niet afleiden dat in haar geval aan de ketenregeling was voldaan. De staat heeft namelijk uitgelegd dat Connect People slechts een samenwerkingsplatform is, waarop medewerkers praktische informatie kunnen delen en geen medium waarop het beleid van de staat kenbaar wordt gemaakt. Op grond van de ketenregeling kan dus evenmin worden geconcludeerd dat er tussen partijen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan.