Naar boven ↑

Rechtspraak

Werkgever/Werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 31 mei 2024
ECLI:NL:RBROT:2024:10247
Verwijtbaar handelen vanwege het schenden van re-integratieverplichtingen.

Feiten

Werkneemster is vanaf 24 mei 2021 bij werkgever in dienst als algemeen medewerkster schoonmaak. Op 9 september 2022 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de re-integratie van werkneemster, omdat zij niet op het werk is verschenen terwijl zij wel in staat was om te re-integreren. Werkgever heeft een loonstop opgelegd. Uit het door werkgever aangevraagde deskundigenoordeel volgt dat werkneemster onvoldoende meewerkt aan haar re-integratie.  Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond.

Oordeel

Werkgever verzoekt ontbinding vanwege het niet-nakomen van de re-integratieverplichtingen. Uit de door werkgever overgelegde stukken blijkt dat deze afwijzingsgronden zich niet voordoen. Werkgever heeft de betaling van het loon gestaakt en een deskundigenoordeel van het UWV in het geding gebracht. Dan is de vraag of sprake is van het niet naleven van de re-integratieverplichtingen, zonder dat daarvoor een deugdelijke grond aanwezig is. Vooropgesteld wordt dat de bedrijfsarts vaststelt of een werknemer in staat is om (passende) werkzaamheden uit te voeren. Zowel op de werkgever als de werknemer rusten verplichtingen met betrekking tot de re-integratie, waarbij de werkgever bij het vormgeven van de re-integratie moet afgaan op het advies van de bedrijfsarts. Uit het advies van de bedrijfsarts van 19 juni 2023 volgt dat werkneemster in staat was om (een aantal uren per week) aangepaste werkzaamheden te verrichten. Omdat werkneemster de afspraken niet nakwam, heeft werkgever haar op 11 juli 2023 schriftelijk gewaarschuwd dat bij niet verschijnen en bij het weigeren passende werkzaamheden uit te voeren, de doorbetaling van het loon (ziektegeld) zou worden stopgezet. Ondanks die waarschuwing is werkneemster niet verschenen. Daarop heeft werkgever de doorbetaling van het loon stopgezet. Vast staat dat werkneemster, ook na een aangepast belastbaarheidsadvies van de bedrijfsarts en uitnodigingen van werkgever, tot 18 september 2023 regelmatig niet op haar werk is verschenen om de afgesproken re-integratiewerkzaamheden te verrichten. Na 18 september 2023 is zij helemaal niet meer verschenen op haar werk. Dat de re-integratie-inspanningen van werkneemster onvoldoende zijn, wordt onderschreven door het deskundigenoordeel van 4 oktober 2023. Op 16 januari en 6 maart 2024 komt de bedrijfsarts wederom tot een re-integratieadvies en op 18 januari 2024 oordeelt het UWV dat het aangeboden werk passend is. Ondanks de adviezen van de bedrijfsarts, de rapporten van de arbeidsdeskundige van het UWV en een loonstop is werkneemster zich op het standpunt blijven stellen dat zij zich niet in staat acht om passende werkzaamheden te verrichten en blijft zij niet beschikbaar voor re-integratie. Uit de door werkneemster overgelegde stukken blijkt wel van (medische) klachten, maar daaruit kan niet worden vastgesteld dat zij niet in staat zou zijn om op de werkvloer te verschijnen en passende werkzaamheden uit te voeren. Voldoende is gebleken dat werkneemster zonder deugdelijke grond vanaf 18 september 2023 geen gehoor meer heeft gegeven aan de herhaaldelijke verzoeken van werkgever om haar re-integratieverplichtingen na te komen. De kantonrechter is daarom van oordeel dat inderdaad sprake is van een voldragen e-grond. Van ernstig verwijtbaar handelen is geen sprake.