Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 11 februari 2025
ECLI:NL:RBNHO:2025:1388
Feiten
Werkneemster is sinds 13 juli 2017 werkzaam bij GXO Logistics Services Netherlands B.V. (hierna: GXO) via een uitzendbureau. Per 1 april 2020 is werkneemster in dienst getreden bij GXO als Quality Controller. Op 5 september 2024 heeft GXO een loonstop toegepast. Op 24 september 2024 is werkneemster op staande voet ontslagen. Op 20 november 2024 heeft GXO het ontslag op staande voet ingetrokken. Werkneemster verzoekt doorbetaling van het verschuldigde salaris, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en rente. Ook verzoekt werkneemster het ontslag op staande voet te vernietigen dan wel, in geval er sprake is van een rechtsgeldige intrekking, voor recht te verklaren dat GXO toerekenbaar tekort is geschoten in haar verplichting zich als goed werkgever te gedragen. Ook verzoekt werkneemster een veroordeling van GXO tot betaling van een immateriële en materiële schadevergoeding. GXO verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden op de e-, g- of i-grond. GXO voert aan dat tussen partijen discussie is ontstaan over het vele ziekteverzuim van werkneemster, en dat werkneemster zich onvoldoende heeft ingespannen om het ziekteverzuim terug te dringen, terwijl zij wel een opleiding in Polen volgde. Het ontslag is na tussenkomst van de gemachtigde van werkneemster ingetrokken, maar tussen partijen bleef discussie bestaan over de vraag of GXO het loon over de periode van de loonstop alsnog moest betalen. Die discussie is aanleiding geweest voor de onderhavige procedure.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat het ontslag op staande voet met instemming van werkneemster is ingetrokken. De kern van het geschil wordt gevormd door de vraag of werkneemster redelijke instructies heeft gekregen ter bevordering van haar re-integratie en zo ja, of zij daaraan gevolg heeft gegeven. De kantonrechter overweegt dat er een beeld naar boven komt van GXO die op enig moment in haar benadering van werkneemster van koers is veranderd. De kantonrechter heeft er begrip voor dat er bij GXO frustratie ontstond omdat werkneemster zich regelmatig ziek meldde, maar tegelijkertijd wel een bachelorstudie in Polen volgde. De kantonrechter oordeelt niettemin dat GXO in haar strenge aanpak te voortvarend heeft gehandeld. Nadat werkneemster zich ziek had gemeld en aangaf niet in staat te zijn koffie te komen drinken, heeft GXO zonder een daartoe strekkend advies van de bedrijfsarts bepaald dat werkneemster zich enkele dagen later op het werk diende te melden. Daarbij werd direct gedreigd met een tweede officiële waarschuwing. Een dergelijke opdracht van GXO herhaalde zich enkele weken later. Op 19 september 2024 heeft de bedrijfsarts mediation aangeraden. Toen werkneemster dit aan GXO vertelde, reageerde GXO dat zij niet zou meewerken aan mediation. GXO heeft werkneemster toen uitgenodigd voor een verplicht contactmoment en haar ontslagen toen zij niet verscheen. GXO heeft zelf bepaald wat zij van werkneemster verwachtte in het kader van de re-integratie. De kantonrechter oordeelt dat GXO ten onrecht een loonstop heeft opgelegd. Het argument van GXO dat werkneemster niet-ontvankelijk is vanwege het ontbreken van een deskundigenoordeel, gaat niet op omdat geen sprake is geweest van redelijke instructies terwijl de arbeidsongeschiktheid niet ter discussie staat. De loonvordering is toewijsbaar. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst op de g-grond, nu uit de omstandigheden volgt dat de verstoorde relatie waarschijnlijk niet zal verbeteren. De kantonrechter is van oordeel dat GXO ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De arbeidsovereenkomst zou naar verwachting nog anderhalf jaar hebben voortgeduurd. De kantonrechter neemt ook mee dat werkneemster zelf een eigen aandeel in de verstoorde arbeidsrelatie heeft gehad. Aan werkneemster wordt een billijke vergoeding van € 20.000 toegekend. De verzoeken tot schadevergoeding worden afgewezen omdat onvoldoende is gesteld dat daadwerkelijk sprake is van schade. GXO wordt in de proceskosten veroordeeld.