Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 20 februari 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:1187
Feiten
Werkneemster is in dienst bij de gemeente Eindhoven als junior projectleider. In juni 2023 heeft werkneemster gesolliciteerd naar de functie van medior projectleider. Op 28 juni 2023 is werkneemster medegedeeld dat zij niet is aangenomen. Werkneemster heeft vervolgens een klacht ingediend bij de gemeente wegens discriminerend handelen. In het klachtgesprek kwam naar voren dat werkneemster tijdens de sollicitatieprocedure via de mail een excelbestand heeft ontvangen met de beoordelingen van alle sollicitaties en de tekst dat zij de functie niet heeft gekregen vanwege haar huidskleur. De klachten zijn vervolgens informeel opgelost. Op 8 november 2023 heeft de gemeente gemerkt dat werkneemster leesrechten had in de uitgaande mailbox van haar leidinggevende. Uit onderzoek bleek dat het Excelbestand met de beoordelingen van de sollicitaties alleen is verstuurd tussen de drie leden van de sollicitatiecommissie, waar haar leidinggevende ook in zat. Vervolgens is werkneemster op gesprek uitgenodigd. Werkneemster heeft hierop in een uitgebreide brief haar visie op het verzoek gegeven. Een paar dagen later heeft haar leidinggevende via Whatsapp een dreig-sms ontvangen. De gemeente heeft vervolgens een intern onderzoek gestart, waaruit is gebleken dat werkneemster vanuit haar functie in het verleden sinds een jaar of acht leesrechten had en deze autorisatie bij een verandering van functie niet (goed) is ingetrokken, het excelbestand zelf door werkneemster is geopend en deze vervolgens in haar zakelijke laptop is opgeslagen én in haar mailbox geen mails zijn ontvangen met daarin de tekst dat zij de functie waarnaar zij solliciteerde niet had gekregen vanwege huidskleur. Werkneemster heeft in meerdere gesprekken die op de uitkomst van dit onderzoek volgden herhaald dat zij van een ander lid uit de sollicitatiecommissie een mail had ontvangen met als bijlage een foto van het excelbestand en dat het Excelbestand de volgende dag op haar beeldscherm was verschenen. Ook ontkende zij alle betrokkenheid met de dreig-sms aan haar leidinggevende. Verder heeft werkneemster zich ziek gemeld. In onderhavige procedure verzoekt de gemeente de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met werkneemster op de korts mogelijke termijn en zonder toekenning van een transitievergoeding te ontbinden op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten (e-grond) dan wel een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). Daarbij maakt de gemeente werkneemster drie verwijten, te weten: (1) dat werkneemster onbevoegd toegang had tot een uitgaande mailbox van haar leidinggevende en daarin heeft geklikt zodat zij toegang had tot een excelbestand, (2) dat zij is betrokken bij een dreig-sms aan haar leidinggevende en (3) dat zij meermaals heeft geweigerd medewerking te verlenen aan het onderzoek door niet open en eerlijk te verklaren.
Oordeel
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het opzegverbod bij ziekte staat niet aan de verzochte ontbinding in de weg, omdat het verzoek van de gemeente geen verband houdt met de ziekte van werkneemster. Vervolgens gaat de kantonrechter over tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Uit een later ingebrachte verklaring van de technisch (ICT) specialist van de gemeente blijkt dat het volgens hem is uitgesloten dat werkneemster de link waarop ze heeft geklikt en die toegang gaf tot het excelbestand op een andere manier heeft ontvangen dan via de mailbox van haar leidinggevende. Werkneemster heeft deze bevindingen betwist. De gemeente heeft met deze verklaring echter haar stellingen voldoende aangevuld en zij wordt daarom in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren. Slaagt de gemeente in voornoemde bewijsopdracht dan vloeit daaruit automatisch voort dat werkneemster bewust in strijd met de waarheid heeft verklaard over de wijze waarop zij toegang heeft verkregen tot het Excelbestand. Ten aanzien van de gestelde betrokkenheid bij de dreig-sms oordeelt de kantonrechter dat vaststaat dat technisch niet is aangetoond dat die betreffende sms door werkneemster of door iemand uit haar naaste omgeving is verstuurd. Dat de sms werd verstuurd op het moment dat werkneemster zich door de gemeente waarschijnlijk steeds meer in het nauw gedreven voelde en dat de verwijten in de sms aan de leidinggevende strookten met de toon die werkneemster eerder richting de leidinggevende had aangeslagen mag zo zijn, maar daaruit blijkt niet onomstotelijk dat de sms daadwerkelijk afkomstig is van/uit de omgeving van werkneemster. De kantonrechter oordeelt nog ten overvloede dat, wanneer de gemeente niet in haar bewijsopdracht slaagt en het verwijtbaar handelen of nalaten niet vast komt te staan, er op dit moment geen sprake is van een ernstige en duurzame verstoring als bedoeld in de g-grond. Er is namelijk tot op heden niet onderzocht of de onderlinge relatie (op termijn) hersteld kan worden. De procedure wordt aangehouden tot dinsdag 11 maart 2025, op welke datum de gemeente zich bij akte kan uitlaten of, en zo ja op welke wijze, zij invulling wenst te geven aan de gegeven bewijsopdracht.