Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 6 maart 2025
ECLI:NL:RBOBR:2025:1153
Loonvordering. Kantonrechter gaat uit van de juistheid van de loonstroken. Verantwoordelijkheid werkgever voor deugdelijke salarisadministratie. Bovendien is betwisting rijkelijk laat en blote betwisting volstaat niet.

Feiten

De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 19 december 2024 en gaat uit van de daarin vastgestelde feiten en overwegingen. Werknemer kreeg de gelegenheid om zijn gewerkte uren en bruto-uurloon over de periode van 25 november 2020 tot 25 juli 2021 toe te lichten. Hij stelde 678,5 uur te hebben gewerkt tegen een bruto-uurloon van € 15 en onderbouwde dit met loonstroken en een urenoverzicht. Red betwistte dat hiermee bewijs is geleverd van de gemiddelde arbeidsomvang, omdat het aantal uren op de loonstroken niet noodzakelijk overeenkomt met het daadwerkelijk aantal gewerkte uren. Red stelt dat werknemer gemiddeld 19,96 uur per week werkte.

Oordeel

De kantonrechter acht de betwisting van Red omtrent de juistheid van de op de loonstroken vermelde arbeidsuren onvoldoende gemotiveerd. Aangezien deze loonstroken door Red (of in haar opdracht) zijn opgesteld en niet gecorrigeerd zijn, ziet de kantonrechter geen reden om hieraan te twijfelen. Het is de verantwoordelijkheid van Red om een correcte salarisadministratie te voeren. Red had eerder kunnen aanvoeren dat de loonstroken incorrecte informatie bevatten en heeft nagelaten haar verweer met bijvoorbeeld gecorrigeerde loonstroken of rittenregistraties te onderbouwen. Daarom wordt uitgegaan van een gemiddelde arbeidsomvang van 84,81 uur per maand en een bruto-uurloon van € 15. Red wordt veroordeeld tot betaling van 70% van (het netto-equivalent van) het loon over de periode van 25 juli 2021 tot 4 juli 2022, verminderd met twee wachtdagen. De kantonrechter kent geen matiging van de wettelijke verhoging toe, omdat Red het loon van werknemer onbetaald heeft gelaten en hem zonder inkomen heeft gesteld. Red heeft werknemer daarnaast onterecht verwezen naar een schadeverzekeraar, wat tot onzekerheid heeft geleid. De verhoging wordt vastgesteld op 50%. Red moet tevens wettelijke rente betalen over het achterstallig loon en de wettelijke verhoging vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan volledige betaling. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Red wordt veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld op € 1.239,28.