Naar boven ↑

Rechtspraak

Werknemer/JTV Nijmegen B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 6 maart 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:1576
Mondhygiënist op staande voet ontslagen wegens verdenking van stalking collega's. Omdat kantonrechter geen inzicht heeft in strafdossier is onvoldoende aannemelijk dat werknemer de feiten daadwerkelijk heeft gepleegd. Ontslag op staande voet onterecht. JTV moet achterstallig loon en transitievergoeding betalen.

Feiten

Werknemer is op 1 september 2022 in dienst getreden bij JTV als mondhygiënist. Hij werkte 24 uur per week tegen een maandsalaris van € 2.757,81 bruto inclusief emolumenten. Tussen 17 november 2023 en de week van 23 september 2024 zijn verschillende medewerkers van JTV en hun familieleden slachtoffer geworden van bedreiging, stalking en afpersing. Ondanks onderzoek door twee onderzoeksbureaus kon de dader niet worden geïdentificeerd. Meerdere medewerkers hebben aangifte gedaan. Op 8 oktober 2024 is werknemer gearresteerd en als verdachte aangemerkt. JTV heeft hem op 14 oktober 2024 op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van 12 oktober 2024 is vermeld dat ten minste achttien collega's en twee familieleden doelwit waren van ernstige gedragingen, waaronder het verspreiden van bewerkte foto's, het aanmaken van valse socialemediaprofielen, het plaatsen van misleidende advertenties en het versturen van bedreigende berichten met persoonsgegevens. Werknemer heeft op 23 oktober 2024 verzocht om het ontslag in te trekken, maar JTV heeft dit op 25 oktober 2024 afgewezen. Bij de eindafrekening heeft JTV een loonaanspraak van € 2.615,74 netto verrekend met een gefixeerde schadevergoeding. De voorlopige hechtenis van werknemer is op 18 november 2024 onder voorwaarden geschorst. Hij heeft een gebiedsverbod voor het terrein van Radboud UMC en een contactverbod met enkele JTV-medewerkers. Sinds 6 januari 2025 is hij elders werkzaam. Werknemer verzoekt in deze procedure een verklaring voor recht dat het ontslag op staande voet onterecht is gegeven, en veroordeling van JTV tot betaling van € 2.615,74 netto (dat ten onrechte door JTV is verrekend) alsmede het salaris van werknemer vanaf 18 november 2024 totdat het dienstverband rechtsgeldig is beëindigd, namelijk € 2.757,81 bruto per maand.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. 

Beide partijen zijn het erover eens dat de gedragingen zo ernstig zijn dat een ontslag op staande voet gerechtvaardigd zou zijn. JTV stelt dat de strafrechtelijke verdenking, gecombineerd met het arbeidsrechtelijke karakter van de feiten, voldoende is om aan te nemen dat werknemer de dader is. Onderbouwing waarom werknemer als verdachte is aangemerkt, ontbreekt echter in het dossier. De politie heeft die stukken niet verstrekt, wat een kernprobleem in de zaak vormt. Omdat werknemer ontkent de feiten uit de ontslagbrief te hebben gepleegd, blijft het aan JTV om dit aannemelijk te maken. De kantonrechter erkent de ernst van de verdenking maar kan zonder inzicht in het strafdossier niet uitsluiten dat werknemer onschuldig is. Het enkele feit dat hij als verdachte is aangemerkt, is onvoldoende bewijs.

Tijdens de zitting heeft JTV verduidelijkt hoe de lijst met verdachten is teruggebracht, onder andere via ICT-onderzoek en daderprofielen. Uiteindelijk kwam de politie uit bij werknemer, onder andere op basis van zijn aanwezigheid in het Radboud UMC op relevante momenten. Ook stelt JTV dat de bedreigingen stopten na zijn arrestatie. De kantonrechter vindt de gevolgde methode logisch, maar er ontbreekt concrete onderbouwing. De door JTV geschetste verbanden zijn pas ter zitting benoemd en niet gedocumenteerd. Dit maakt dat werknemer onvoldoende gelegenheid had om zich inhoudelijk te verweren. Het bewijsaanbod van JTV is te algemeen en gaat niet specifiek in op de aantijgingen. Er kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat werknemer de dader is, zodat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven.

Omdat het ontslag ongeldig is, vordert JTV in haar tegenverzoek de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden wegens verwijtbaar handelen. Dit kan echter niet worden vastgesteld op basis van de vermeende strafbare gedragingen. Andere verwijten van slecht werknemerschap zijn te vaag en worden niet verder beoordeeld. Omdat werknemer sinds 6 januari 2025 elders 29 uur per week werkt en dit pas tijdens de zitting bekend werd, is hij echter niet meer beschikbaar voor de overeengekomen 24 uur bij JTV. Dit maakt voortzetting van het dienstverband onredelijk, waardoor de arbeidsovereenkomst per 1 mei 2025 wordt ontbonden. Werknemer heeft tussen 8 oktober en 18 november 2024 in hechtenis gezeten en heeft voor die periode geen recht op loon. Na zijn vrijlating had hij echter kunnen werken op een andere locatie van JTV. De enkele stelling van JTV dat het gebieds- en contactverbod dit onmogelijk maakte, is onvoldoende onderbouwd. JTV had daarom vanaf 18 november 2024 het loon moeten doorbetalen. Omdat het ontslag onterecht is, mag JTV geen gefixeerde schadevergoeding verrekenen en moet zij € 2.615,74 netto alsnog uitbetalen. Werknemer heeft zijn nieuwe dienstverband pas ter zitting bekendgemaakt. Hij stelde dat JTV hem bij andere mondzorgpraktijken zwartmaakte, maar dit is niet onderbouwd. Het verzwijgen van zijn nieuwe baan heeft gevolgen: de loonaanspraak vanaf 6 januari 2025 tot 1 mei 2025 wordt gematigd tot nihil. Omdat de arbeidsovereenkomst op initiatief van JTV wordt ontbonden, heeft werknemer wel recht op een transitievergoeding tot en met 5 januari 2025, die neerkomt op € 2.157,56 bruto.