Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 maart 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:560
Feiten
Werkneemster is sinds 1 januari 2022 in dienst van APC. In het voorjaar van 2023 heeft werkneemster bij haar leidinggevende te kennen gegeven dat zij te weinig tijd had om haar werk goed te kunnen doen. Zij heeft verzocht om ondersteuning. In augustus 2023 heeft APC opgemerkt dat er fouten waren gemaakt en zij heeft op 16 augustus 2023 in stevige bewoordingen een officiële schriftelijke waarschuwing aan werkneemster gestuurd. Werkneemster heeft op 22 augustus 2023 gereageerd en benoemt onder andere dat de keus van APC om meteen over te gaan tot een formele waarschuwing bij haar de indruk wekt dat APC van haar af wil. Partijen hebben eind augustus 2023 gesproken over beëindiging van de arbeidsovereenkomst, maar hebben daarover geen overeenstemming bereikt. Op 29 augustus 2023 heeft werkneemster zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft mediation geadviseerd. Die is op 4 oktober 2023 afgesloten met de conclusie dat de re-integratie wordt vervolgd. APC heeft een e-mail gestuurd over de invulling van die re-integratie. Werkneemster heeft zich op 5 oktober 2023 opnieuw ziek gemeld. Hierop is tussen partijen discussie ontstaan over de vraag of werkneemster voldeed aan haar re-integratieverplichtingen. APC heeft met ingang van 6 oktober 2023 (na een schriftelijke waarschuwing) een loonstop opgelegd. Er heeft voor een tweede keer (op basis van een advies van de second opinion bedrijfsarts) mediation plaatsgevonden, die zonder resultaat is beëindigd. APC heeft een deskundigenoordeel bij het UWV gevraagd over de re-integratie-inspanningen van werkneemster. Het UWV heeft geoordeeld dat die voldoende waren. Werkneemster heeft een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, met toekenning van een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van APC. Dat verzoek heeft zij vervolgens ingetrokken. APC heeft in eerste aanleg verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De verzoeken zijn afgewezen. Tegen de beslissing komt APC in hoger beroep.
Oordeel
Werkneemster handhaaft haar verweer tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet langer in hoger beroep. Nu werkneemster zelf ook te kennen gegeven heeft dat continuering van de arbeidsovereenkomst niet langer zinvol is en beëindiging van die arbeidsovereenkomst in haar belang is, zal het hof het einde van de arbeidsovereenkomst bepalen op 1 april 2025.
Ernstig verwijtbaar handelen van APC
Naar het oordeel van het hof is de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van APC. Daarbij acht het hof van belang dat (1) APC diverse hulpverzoeken van werkneemster dat de werkdruk voor haar te hoog werd, heeft genegeerd, (2) APC werkneemster heeft overvallen met een formele waarschuwing, terwijl niet is komen vast te staan dat werkneemster voorafgaaand daaraan is aansproken op de tekortkomingen, (3) APC werkneemster heeft aangesproken op 'openstaande issues' en haar heeft verzocht drie keer per dag in gesprek te gaan over de voortgang daarvan, terwijl werkneemster zich had ziek gemeld, (4) APC een vaststellingsovereenkomst had aangeboden die volgens haar 'ruimhartig' was, maar waarin niet eens de transitievergoeding was meegenomen en (5) APC een loonstop heeft doorgevoerd en die loonsanctie heeft gecontinueerd ondanks het deskundigenoordeel van het UWV. Aan werkneemster wordt een billijke vergoeding toegekend ter hoogte van een bedrag dat correspondeert met twee jaarsalarissen.
Overige onderwerpen
Dat werkneemster zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig verwijtbaar handelen, is onvoldoende gebleken. Werkneemster heeft dan ook recht op de wettelijke transitievergoeding. Ook wordt de loonvordering toegewezen, nu is geoordeeld dat APC ten onrechte een loonstop heeft doorgevoerd.