Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 20 februari 2025
ECLI:NL:RBMNE:2025:738
Vordering tot nakoming concurrentbebeding afgewezen. Geen sprake van aantasting bedrijfsdebiet werkgeefster. Belang werknemer weegt in dit geval zwaarder dan dat van werkgeefster.

Feiten

Werknemer is van 2009 tot 1 september 2024 in dienst geweest bij werkgeefster als veiligheidsfunctionaris, tegen een brutoloon van € 2.666,93 exclusief emolumenten. Werkgeefster is een bedrijf dat zich bezighoudt met veiligheid van personen die werken aan het spoor. De arbeidsovereenkomst van werknemer bevat een concurrentiebeding dat hem, kort gezegd, verbiedt om gedurende 12 maanden na einde dienstverband voor concurrenten te werken. Bij overtreding verbeurt werknemer een boete. Op 1 september 2024 is werknemer in dienst getreden bij een concurrent, hierna: ‘de concurrent ’. Werkgeefster eist daarom dat werknemer zijn werkzaamheden staakt op straffe van een dwangsom. Werknemer meent op zijn beurt dat hij door het concurrentiebeding onbillijk wordt benadeeld en vordert in reconventie schorsing van het concurrentiebeding. 

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het concurrentiebeding  in de arbeidsovereenkomst tussen werkgeefster en werknemer zal waarschijnlijk ongeldig zijn en in een bodemprocedure vernietigd worden, omdat het werknemer onevenredig benadeelt. Een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van een werkgever te beschermen, niet om werknemers te binden. In dit geval heeft werknemer geen toegang tot bedrijfsgevoelige informatie en speelt hij geen actieve rol in acquisitie. Er is geen bewijs dat zijn overstap naar een concurrent leidt tot oneerlijke concurrentie of schade aan het bedrijfsdebiet van werkgeefster.

Daarnaast heeft werknemer een groot belang bij het behouden van zijn nieuwe baan. Hij gaat er financieel op vooruit, heeft weinig andere baankansen en voelt zich prettig in zijn nieuwe werkomgeving. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van werkgeefster bij handhaving van het concurrentiebeding.

Ook de vorderingen van werkgeefster om een boete te innen en een verbod op werken voor concurrenten op te leggen, worden afgewezen. Omdat het concurrentiebeding is geschorst, is er geen reden om aan te nemen dat werknemer een boete moet betalen. Mocht het beding in de toekomst herleven, dan kan werkgeefster daarover alsnog een procedure starten.