Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 maart 2025
ECLI:NL:GHAMS:2025:556
Feiten
Werknemer is van 1 februari 2017 tot 1 augustus 2023 in dienst getreden bij Europa Service Amstelveen B.V. (hierna: ESA). Werknemer ontving een salaris van € 2.300 netto. ESA heeft op 13 april 2023 een verzoekschrift ingediend dat strekt tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft een verweerschrift ingediend, met daarin opgenomen een zelfstandig tegenverzoek inhoudende een loonvordering op basis van de cao Bouw & Infra (hierna: de cao), te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente en een voorwaardelijk tegenverzoek tot uitbetaling van opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen te vermeerderen met wettelijke rente. Ter zitting van 5 juni 2023 heeft de kantonrechter mondeling uitspraak gedaan. Hij heeft de arbeidsovereenkomst ontbonden. ESA is, in het kader van de door werknemer gedane tegenverzoeken, opgedragen te bewijzen dat de cao niet op de rechtsverhouding tussen partijen van toepassing is. ESA is niet in deze bewijsopdracht geslaagd en de verzoeken van werknemer zijn toegewezen. Bij beschikking van 19 september 2023 heeft de kantonrechter geoordeeld dat ESA nog niet in dit bewijs is geslaagd en ESA in de gelegenheid gesteld om de resultaten van het werkingssfeeronderzoek in het geding te brengen. ESA heeft hoger beroep ingesteld.
Oordeel
ESA heeft aangevoerd dat uit de brief van het Technisch Bureau Bouw & Infra (hierna: TBB) aan ESA van 6 juni 2024 blijkt dat ESA niet onder de werkingssfeer van de cao valt. Uit het werkingssfeeronderzoek van APG van 22 mei 2024 blijkt dat de activiteiten van ESA voor 24,70% in de sector Bouw & Infra liggen en voor 75,30% in andere sectoren, met een vergelijkbare loonsomverdeling. In een brief van TBB aan ESA van 6 juni 2024 is het volgende opgenomen:‘De commissie werkingssfeer heeft uitgesproken dat Europa Service Amstelveen B.V. op dit moment niet onder de werkingssfeer van de cao’s Bouw & Infra […] valt.’ Hiermee heeft ESA – anders dan werknemer stelt – voldaan aan de bewijsopdracht zoals opgenomen in de tussenbeschikking van 19 september 2023, inhoudende dat ESA in de gelegenheid werd gesteld de resultaten van het werkingssfeeronderzoek van TBB in het geding te brengen. Uit het werkingssfeeronderzoek volgt dat ESA niet onder de werkingssfeer van de cao valt, zodat de loonvordering van werknemer op basis van de cao ten onrechte is toegewezen. Daarnaast komt ESA op tegen toewijzing van het bedrag van € 13.333,44 bruto wegens opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen. ESA heeft daartoe aangevoerd dat werknemer tijdens zijn arbeidsovereenkomst met ESA meer dagen heeft opgenomen dan waar hij wettelijk recht op zou hebben gehad. Als dit al onjuist zou zijn, dan had werknemer de vakantiedagen binnen de wettelijke termijn moeten opnemen, hetgeen niet is gebeurd, waardoor ze zijn vervallen. ESA heeft haar betwisting van het tegoed aan vakantiedagen niet gemotiveerd aan de hand van een door haar bijgehouden administratie. ESA heeft bovendien geen concrete omstandigheden gesteld waaruit volgt dat zij niet over gegevens kan beschikken met betrekking tot het aantal opgenomen vakantiedagen in verband met de wijze waarop partijen aan de arbeidsovereenkomst invulling hebben gegeven. Het had op de weg van ESA gelegen om zelf de administratie van de vakantiedagen van werknemer bij te (laten) houden. Dat zulks niet is gebeurd, behoort hier voor rekening en risico van ESA te komen. Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat ESA het door werknemer gestelde tegoed onvoldoende gemotiveerd heeft betwist.