Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Rajapack Benelux B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Breda), 4 mei 2022
ECLI:NL:RBZWB:2022:8650
Tussenvonnis. Om te beoordelen of het deskundigenbericht inhoudelijk volledig kan worden gevolgd, wordt de deskundige gevraagd een nadere toelichting te geven.

Feiten

Bij tussenvonnis van 9 juni 2021 is de heer X tot deskundige benoemd (hierna: de deskundige). De deskundige heeft ter beantwoording van de vragen een rapport opgesteld dat hij op 22 september 2021 heeft gedeponeerd. De deskundige verklaart in het rapport dat de kans dat een middenvolumeprinter in algemene zin nieuwe luchtwegklachten passend bij astma of BHR bij een willekeurig iemand ontwikkelt tussen de 10-15% is en bij individuen met al pre-existente asymptomatische BHR ongeveer 25-40%. Verder verklaart de deskundige dat de kans dat astma/BHR bij werkneemster is veroorzaakt door blootstelling aan een middenvolumeprinter gedurende drie maanden op grond van het klachtenbeloop en de later aangetoonde BHR erg waarschijnlijk is en hij schat die kans op 80-90%. Rajapack heeft bij conclusie na deskundigenbericht bezwaren ingebracht tegen het deskundigenbericht. De kantonrechter gaat in dit tussenvonnis in op de door Rajapack naar voren gebrachte bezwaren.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. De kantonrechter gaat voorbij aan de herhaalde verwijten van Rajapack dat de deskundige de genoemde percentages (bij de kans dat astma/BHR veroorzaakt is door de printer bij Rajapack, door het roken, door genetische aanleg, door late onset astma en door luchtvervuiling) niet heeft onderbouwd. De deskundige geeft namelijk steeds aan op basis waarvan hij tot een bepaald percentage komt en daarnaast betreffen het schattingen. Wel heeft Rajapack terecht opgemerkt dat de deskundige per e-mail informatie heeft ingewonnen bij de heer Y en in de e-mailwisseling verwezen wordt naar referentie 14 waarvan niet duidelijk is wat daarmee bedoeld is. Ook blijkt uit die e-mailwisseling dat de deskundige stelt dat er 800 pagina's per dag worden geprint met de betreffende printer, terwijl bij tussenvonnis van 20 november 2019 is overwogen dat het aantal prints van de twee printers afgerond 11.000 dan wel 10.273 waren en dat komt bij gelijkelijk gebruik van de twee printers neer op (uitgaande van de door Rajapack genoemde 20 werkdagen per maand) 275 dan wel 257 prints per werkdag. Hoewel de printer in beide gevallen te kwalificeren is als een middenvolumeprinter is er toch een aanzienlijk verschil in het aantal prints. De kantonrechter komt vooralsnog tot het oordeel dat het deskundigenbericht van de deskundige zorgvuldig tot stand is gekomen. Om te beoordelen of het inhoudelijk volledig kan worden gevolgd, ziet de kantonrechter aanleiding om aan de deskundige nog een korte toelichting op het voorgaande te vragen.