Rechtspraak
G4S/werknemers
Werknemer 1 is van 3 september 2007 tot 3 maart 2010, en werknemer 2 is van 22 februari 2009 tot 4 november 2009 in dienst geweest van G4S. In hun functie van ATM (Automatic Teller Machine)-medewerker waren werknemers belast met het vullen en legen van geldautomaten. Op 2 november 2009 is een geldautomaat met € 15.000 te weinig gevuld. Dit geld is verdwenen. Beide werknemers ontkennen het ontbrekende geld te hebben weggenomen. Zij wijzen elkaar als schuldige aan. G4S vordert betaling van € 15.000 van werknemers.
De kantonrechter oordeelt als volgt. G4S heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd die erop wijzen dat werknemers op 2 november 2009 samen het verdwenen geld hebben weggenomen. Dat de een het geld met medeweten van de ander heeft ontvreemd, heeft G4S evenmin voldoende kunnen onderbouwen. De vordering is daarom slechts toewijsbaar, indien de tekortkoming die beiden wel hebben erkend, te weten dat de één (de telling door) de ander niet heeft gecontroleerd, tot aansprakelijkheid leidt en tot vergoeding van de schade verplicht. G4S heeft zich onder meer beroepen op het bepaalde in artikel 6:102 en 6:166 BW. Dit beroep slaagt niet. Dat werknemers van elkaar wisten of behoorden te begrijpen dat de ander het voornemen had geld te verduisteren is niet gesteld of gebleken. Ook het beroep op artikel 7:661 BW slaagt niet. G4S heeft niet gesteld dat sprake was van opzet en ook van bewuste roekeloosheid is in de gegeven omstandigheden geen sprake. Volgt afwijzing van de vordering.