Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Boxes LPF
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 26 juli 2011
ECLI:NL:RBLEE:2011:BR4290

werknemer/Boxes LPF

Statutair bestuurder. Ontslagbesluit rechtsgeldig. Opzegging arbeidsovereenkomst in strijd met opzegverbod wegens overgang van onderneming

Werknemer is sinds 2006 voor onbepaalde tijd in dienst van Boxes LPF. Op 6 mei 2011 is werknemer medegedeeld dat er in een zeer vergevorderd stadium onderhandelingen gaande zijn omtrent een overname van Boxes LPF door een andere onderneming. De managementpositie van werknemer zal daarom komen te vervallen. Op 16 mei 2011 meldt werknemer zich ziek. Op 30 mei 2011 wordt de arbeidsovereenkomst en het statutair bestuurderschap van werknemer beëindigd per 31 mei 2011 onder toekenning van een vergoeding van € 69.000 bruto. Aan het ontslag liggen twee aandeelhoudersbesluiten van 30 mei 2011 ten grondslag. Werknemer stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd. Hij betwist dat hij statutair directeur is, omdat een daartoe strekkend besluit ontbreekt.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In de arbeidsovereenkomst is vermeld dat werknemer door de enig aandeelhouder van Boxes LPF is benoemd tot statutair directeur, welke benoeming blijkens de arbeidsovereenkomst door werknemer is geaccepteerd, zodat werknemers stelling dat hij nimmer heeft ingestemd met de benoeming niet opgaat. Op 22 augustus 2008 is werknemer als enig bestuurder van o.a. Boxes LPF ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Daarbij is aangegeven dat hij alleen/zelfstandig bevoegd is als bestuurder. De kantonrechter concludeert derhalve dat werknemer statutair bestuurder is. Ingevolge artikel 2:241 BW is de kantonrechter niet bevoegd over het geschil te oordelen. Vanwege praktische overwegingen en omdat niet gebleken is dat partijen verwijzing wensen, geeft de kantonrechter toch een inhoudelijk oordeel over de zaak.

De kantonrechter volgt werknemer niet in zijn stelling dat hij geen gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om een raadgevende stem te geven ter zake van de voorgenomen besluiten hem te ontslaan als bestuurder en als werknemer. Er is tweemaal overleg geweest over het ontslag. Werknemer is daarna in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze op het ontslag naar voren te brengen. De besluiten van 30 mei 2011 zijn derhalve geldig. De Hoge Raad heeft in zijn arresten van 15 april 2005, JOR 2005, 144 en 145 (Bartelink en Unidek Volumebouw) uitdrukkelijk overwogen dat het ontslag als bestuurder ook betekent dat de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd. Hierop is echter een uitzondering mogelijk, te weten die van de toepasselijkheid van een opzegverbod. Werknemer beroept zich op het opzegverbod wegens overgang van onderneming ex artikel 7:670 lid 8 BW. Dit beroep slaagt. De kantonrechter acht het voldoende aannemelijk dat het ontslag van werknemer niet enkel verband houdt met organisatorische wijzigingen. Boxes LPF heeft immers gesteld dat de ondernemingen in het belang van de continuïteit van die ondernemingen en de daarmee verbonden belanghebbenden worden overgedragen. De loonvordering en de vordering tot hervatting van de werkzaamheden bij Boxes LPF wordt toegewezen.