Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Vereniging Laurentius
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 augustus 2012
ECLI:NL:RBBRE:2012:BX4066

werknemer/Vereniging Laurentius

Statutair directeur woningcorporatie Laurentius die verdacht wordt van vastgoedfraude, heeft geen recht op loondoorbetaling tijdens schorsing. Gezien de door het Openbaar Ministerie opgelegde voorwaarden is het irreëel en ondenkbaar dat werknemer kan functioneren als statutair directeur

Werknemer is sinds 2001 in dienst van woningcorporatie Laurentius als statutair directeur. Hij is op 21 mei 2012 aangehouden in verband met verdenking van (betrokkenheid bij) het plegen van misdrijven (vastgoedfraude). Vanaf die datum is hij geschorst. Werknemer heeft vervolgens in detentie verbleven. Per 23 juni 2012 is de voorlopige hechtenis geschorst onder de voorwaarden dat werknemer zich beschikbaar zou houden voor het onderzoek van het Openbaar Ministerie en geen contact zou hebben met twee werknemers van Laurentius. Werknemer heeft zich op 23 juni 2012 ziek gemeld. Op 11 juli 2012 is werknemer tijdens de buitengewone vergadering van de Raad van Commissarissen ontslagen. Thans vordert werknemer loon vanaf 23 juni 2012.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Het uitgangspunt is dat een schorsing of non-actiefstelling in beginsel voor rekening van de werkgever komt. In dit geval is het echter irreëel en ondenkbaar dat werknemer met inachtneming van de aan hem opgelegde voorwaarden kan functioneren als statutair directeur. Werknemer wordt dusdanig in zijn bewegingsvrijheid beperkt dat sprake is van een omstandigheid die net als detentie voor zijn rekening en risico komt. Laurentius behoeft werknemer niet in staat te stellen zijn werkzaamheden te verrichten. Ook indien de voorwaarden verbonden aan de schorsing van de voorlopige hechtenis komen te vervallen, is Laurentius niet gehouden tot loondoorbetaling. Werknemer wordt ervan verdacht dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige strafbare feiten, waardoor Laurentius schade is toegebracht. Werknemer heeft tot op heden geen openheid van zaken kunnen en willen geven aan Laurentius. In civielrechtelijke zin dient ook deze omstandigheid voor rekening en risico van werknemer te komen. Volgt afwijzing van de vorderingen.