Rechtspraak
X/Laurentius
X is in 1981 bij Laurentius in dienst getreden. Laatstelijk is hij werkzaam als (titulair) directeur financiën en vastgoedprojecten. Op 21 mei 2012 is de statutair bestuurder van Laurentius gearresteerd op verdenking van onder meer fraude en oplichting. Op 20 september 2012 is X geschorst en is hem een contactverbod opgelegd. De vordering tot wedertewerkstelling is op 10 oktober 2012 toegewezen (zie AR 2012-0905). Op 23 oktober 2012 is X op staande voet ontslagen. Aan het ontslag wordt ten grondslag gelegd dat werknemer zijn (machts)positie heeft misbruikt, dat X werknemers van Laurentius door zijn handelen en woorden heeft geïntimideerd en gemanipuleerd, dat hij werknemers van Laurentius op een zodanige wijze heeft benaderd die zij (zelfs) als bedreigend en beangstigend hebben ervaren en dat X het forensisch onderzoek heeft gefrustreerd, althans heeft geprobeerd te frustreren, door werknemers voor te houden hoe zij zich bij gesprekken met de forensisch onderzoekers dienden op te stellen en wat zij wel en niet zouden mogen zeggen. X beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Nadat de verklaringen van de werknemers over de integriteitsschendingen op 19 oktober 2012 beschikbaar waren, heeft Laurentius voldoende voortvarend gehandeld door X op 23 oktober 2012 op staande voet te ontslaan. X beroept zich erop dat Laurentius hem niet in de gelegenheid heeft gesteld om voorafgaand aan het ontslag op staande voet te worden gehoord. Het vooraf horen van een werknemer is echter geen (wettelijk) vereiste voor de geldigheid van een ontslag op staande voet. Dat geldt ook in het onderhavige geval, gelet op de ernst van de feiten en de overige omstandigheden van dit geval, waaronder het feit dat Laurentius beschikt over belastende verklaringen van vijf medewerkers en de omstandigheid dat werknemer wegens fysieke afwezigheid (vakantie in het buitenland) niet direct en rechtstreeks kon worden gehoord. Bij afweging van de persoonlijke belangen tegen de ernst van de verweten gedragingen, heeft Laurentius in redelijkheid tot het ontslag op staande voet kunnen beslissen. De aard van de functie van X brengt een grote mate van verantwoordelijkheid met zich. Volgt afwijzing van de loonvordering.