Rechtspraak
Sierafor B.V./werknemer
Werknemer is sinds 2007 in dienst van Sierafor, een groothandel in bloemen en planten. Sierafor is onderdeel van de Florimex-groep. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor de Groothandel Bloemen en Planten van toepassing. Eind 2012 heeft Sierafor besloten de productie uit te besteden aan Ruigrok, die niet onder de CAO voor de Groothandel in Bloemen en Planten valt. Voor de 47 werknemers die het productiewerk bij Sierafor verrichten, is een ontslagvergunning aangevraagd en er is een melding ex artikel 3 WMCO gedaan. Het UWV heeft de ontslagvergunningen niet verleend, omdat Sierafor het vaste personeel vervangt door flexibel personeel en daarmee in strijd met hoofdstuk 7 paragraaf 6 Beleidsregels Ontslagtaak UWV handelt. Thans verzoekt Sierafor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Centraal in het debat tussen partijen staat de vraag of een werkgever de arbeidsovereenkomsten met de vaste werknemers kan beëindigen, wanneer het werk wordt uitbesteed aan een ander bedrijf, die het werk gaat verrichten met meer flexibele en niet onder de cao van de werkgever vallende arbeidskrachten. Die vraagstelling kan niet los worden gezien van de ingrijpende veranderingen die zich voltrekken op (vooral de onderkant van) de arbeidsmarkt in een groot aantal sectoren. Die veranderingen zijn mede een gevolg van de toegenomen arbeidsmigratie uit Midden- en Oost-Europa en een daarmee samenhangende scherpe concurrentie ten aanzien van arbeidsvoorwaarden en arbeidsproductiviteit. Niet zelden worden daarbij de (onder)grenzen van het arbeidsrecht gezocht. Anders dan in de recente uitspraak van de Hoge Raad in het Albron-arrest (zie AR 2013-0276), waarin ook uitbesteding van werkzaamheden en bescherming van werknemersrechten onderwerp van geschil waren, is thans niet in geschil dat van een overgang van onderneming geen sprake is. Sierafor en de Florimex-groep verkeren in ernstige financiële problemen. De voorlopige surséance van betaling is op 12 april 2013 omgezet in faillissement. Werknemer heeft betoogd dat de kantonrechter met oog op de beschermingsfunctie van het arbeidsrecht door onduidelijke constructies, zoals de onderhavige uitbesteding, heen dient te kijken. Anders dan het UWV heeft vastgesteld, is Ruigrok volgens de kantonrechter niet aan te merken als een schijnzelfstandige als bedoeld in hoofdstuk 7 paragraaf 5 van de Beleidsregels ontslagtaak UWV. De contractuele relatie met Ruigrok bestaat al sedert 2007 en heeft erin geresulteerd dat vóór de onderhavige uitbesteding meer dan 90% van de productie door Ruigrok werd gedaan. Van zeggenschap over de uitvoering van de werkzaamheden door de werkgever is niet gebleken. Ruigrok is een gecertificeerde onderneming en houdt zich volgens Sierafor aan de bepalingen van de Wet minimumloon. Er zou niet worden gewerkt met uitzendkrachten.
De kantonrechter realiseert zich dat uitbesteding de rechten van werknemers ernstig kan uithollen, zeker in een situatie waarbij werknemersbescherming van de Wet overgang van (een onderdeel van de) onderneming ex artikel 7:663 e.v. BW ontbreekt. Ook bestaat alle begrip voor de frustraties van werknemer over de abrupte wijze waarop het verval van de arbeidsplaats is meegedeeld en over de omstandigheid dat vervolgens het uitbestede productiewerk onder de neus van werknemer werd uitgevoerd door anderen. Dit laatste echter legt, hoe zuur ook, geen gewicht in de schaal voor de vraag of sprake is van reguliere uitbesteding, nu al jarenlang door Ruigrok met eigen productiemiddelen en personeel (ook) in de bedrijfshal van de werkgever werd gewerkt. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Gelet op de zeer slechte financiële positie van Sierafor, wordt geen vergoeding toegekend.