Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 21 oktober 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:4343
werknemer/werkgever
Werknemer is in de periode van 13 februari 2009 tot 17 juli 2011, naast een vaste baan elders, als oproepkracht werkzaam geweest voor werknemer in de functie van barman. Werknemer werkte op onregelmatige zaterdagen. Werkgever werd op enig moment geconfronteerd met opmerkelijk lagere kassaopbrengsten. Na bestudering van de kasstromen bleek steeds wanneer werknemer was ingeroosterd er lagere kassaopbrengsten waren. Een detective heeft werknemer geobserveerd. Aan het einde van de avond is werknemer staande gehouden door werkgever. Werknemer heeft toen zijn zakken leeg gemaakt en bleek 14 biljetten van € 20 en 22 biljetten van € 50 bij zich te hebben, alle nat en/of verkreukeld. Werknemer heeft deze biljetten, in totaal € 1.380, toen aan werkgever afgestaan. In deze procedure vordert werkgever € 34.253 aan begrote schade over de afgelopen periode van werknemer. Werknemer betwist niet de onrechtmatigheid van zijn gedragingen, maar wel de periode waarin hij de gedragingen zou hebben gepleegd, alsmede de hoogte van de schade.
Het hof oordeelt als volgt. Werkgever heeft aan de hand van de door hem overgelegde boekhoudkundige gegevens voorshands bewezen dat werknemer begin november 2009 is begonnen met het verduisteren van gelden. Voor de veronderstelling van werknemer dat de lagere omzetcijfers vanaf november 2009 veroorzaakt zouden kunnen zijn door fraude door andere medewerkers, acht het hof vooralsnog onvoldoende aanknopingspunten aanwezig. Werknemer voert als verweer dat hij pas vanaf omstreeks Koninginnedag 2011 gelden van werkgever is gaan verduisteren en dat hij in totaal, met inbegrip van het op 17 juli 2011 door hem afgegeven bedrag van € 1.380, slechts € 4.080 heeft verduisterd. De zaak wordt aangehouden wegens dit uitdrukkelijke bewijsaanbod van werknemer.