Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 januari 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:508

werknemer/werkgever

Vervolg beroepsziektezaak 1000-doppen op flessen. Bijklussen en lange periode van afwezigheid wegens ziekte, maken deskundigenoordeel met betrekking tot causaal verband werk en schade niet anders.

(Vervolg op AR 2013-0576.) Werknemer (44 jaar) heeft vanaf zijn tewerkstelling van 1992 tot 1999 in het bedrijf X aanvankelijk vijf, later vier dagen per week meer dan 1000 doppen met de hand op flessen gedraaid nadat deze waren afgevuld. In verband met langzaam ontstane progressieve pijnklachten die eind 1998 ontstonden van de tweede en derde vinger melde hij zich uiteindelijk bij de bedrijfsarts. De deskundige oordeelde als volgt: gezien het feit dat betrokkene dag in dag uit dezelfde repetitieve handeling verrichtte met zijn dominante rechterhand gedurende een fors aantal jaren (gemiddeld uitgaande van 300 doppen per dag gedurende vier dagen per week, 47 weken over acht jaar zijn er ongeveer een half miljoen doppen aangedraaid) en daarbij altijd dezelfde twee vingers het meest belast zijn, te weten de wijs- en de middelvinger, mag worden aangenomen, dat dit toch wel enig effect heeft op de conditie van de hand. Naar zijn oordeel is sprake van een causaal verband tussen de werkzaamheden en het ziektebeeld van werknemer. X voert als verweer dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de volgende twee omstandigheden: (1) werknemer was gemiddeld genomen zo’n 75 dagen per jaar arbeidsongeschikt wegens ziekte (waardoor het aantal dagen doppendraaien lager uitvalt) en (2) werknemer heeft op grote schaal bijgeklust. Dit blijkt ook uit de vordering van werknemer voor vergoeding van schade van het ‘zwart werk’. Bij tussenarrest is geoordeeld dat de deskundige opnieuw een oordeel moet geven rekeninghoudende met de twee genoemde omstandigheden.

Het hof oordeelt als volgt. Uit het aanvullende deskundigenbericht volgt dat de twee genoemde omstandigheden de eindconclusie niet anders maken. Het hof heeft tot nu toe in het midden gelaten hoeveel doppen werknemer per dag op flessen draaide. Omdat het aantal doppen, gelet op de kritiek van X op het rapport van dr. Z, toch niet van belang ontbloot lijkt te zijn, zal het hof nu ingaan op de vraag naar het aantal doppen. Bij het antwoord op die vraag stelt het hof voorop dat het, met werknemer, van oordeel is dat van X, als werkgever die wordt aangesproken op basis van artikel 7:658 BW, gevergd mag worden dat zij in het kader van de betwisting van de stellingen van werknemer omtrent de blootstelling de omstandigheden aangeeft die meer in haar sfeer liggen dan in de sfeer van werknemer (vgl. HR 17 november 2000, ECLI:NL:2000:AA8369 (Unilever/Dikmans)). Gedetailleerde informatie over het aantal doppen dat een werknemer dagelijks op flessen pleegt te draaien ligt in het domein van X als werkgever. Het hof oordeelt dat X onvoldoende onderbouwing heeft om de stelling van werknemer te weerleggen, zodat wordt uitgegaan van 1000 doppen per dag.