Naar boven ↑

Rechtspraak

ZW-uitkering ten onrechte beëindigd. De voorkomende belasting in de functie van beveiliger maakt dat appellant niet geschikt kan worden geacht voor zijn eigen werk van beveiliger, gezien de beperking ten aanzien van het gebruik van hoofd en nek bij onverwachte gebeurtenissen en situaties.

Appellant is beveiliger bij werkgeefster. Op 27 augustus 2011 overkomt hem een gewelddadig incident waarbij hij letsel aan zijn nek oploopt en hij zijn werkzaamheden staakt. Sinds die tijd heeft appellant nekklachten. De bedrijfsarts oordeelt op 13 februari 2013 dat appellant zijn nek niet goed kan bewegen, waardoor hij niet goed kan anticiperen op onverwachte gebeurtenissen. Het werken als beveiliger is volgens haar niet goed mogelijk. De registerarbeidsdeskundige deelt die mening in het rapport van 19 februari 2013 niet. Volgens hem komen onverwachte gebeurtenissen zelden voor en als ze al voorkomen dient alarm te worden geslagen via de GSM of mobilofoon. Appellant wordt vervolgens hersteld gemeld en UWV wordt verzocht namens de werkgeefster een beslissing op grond van de ZW te nemen. UWV bepaalt dat appellant geen recht heeft op een ZW-uitkering, omdat hij niet ongeschikt is voor het verrichten van zijn eigen werk. Het bezwaar en beroep van appellant worden beide ongegrond verklaard.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Appellant overlegt in hoger beroep een advertentie van de functie van beveiliger. Deze advertentie vermeldt onder meer dat de functionaris alert moet zijn en bij gevaarlijke of ongewenste situaties moet weten wat hem te doen staat. De Raad overweegt dat UWV niet ontkent dat er een risico bestaat op incidenten. Dat het risico op dergelijke incidenten mogelijk klein is, betekent niet dat daarmee geen rekening hoeft te worden gehouden bij de vraag of appellant zijn eigen werk kan doen. Appellant wordt onbetwist beperkt geacht ten aanzien van het gebruik van zijn hoofd en nek bij onverwachte gebeurtenissen en situaties en niet in geschil is dat zich onverwachte en gevaarlijke situaties kunnen voordoen. De Raad concludeert dat de belasting in de functie van beveiliger maakt dat appellant niet geschikt kan worden geacht voor zijn eigen werk van beveiliger. Het hoger beroep slaagt.