Naar boven ↑

Rechtspraak

Zorgvuldig onderzoek. Ziekte van Lyme. Het feit dat op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) een ontheffing geldt voor de sollicitatieplicht, brengt niet mee dat sprake is van ongeschiktheid in het kader van de ZW. Beide wetten kennen een ander toetsingskader.

Appellante was werkzaam als activiteitenbegeleidster. Op 16 oktober 2007 is zij voor dat werk uitgevallen door ziekte. Op 13 oktober 2009 is besloten dat zij niet meer voor een WIA-uitkering in aanmerking komt, omdat ze vanaf die datum minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. Appellante stelt geen rechtsmiddelen in. Op 14 januari 2010 meldt appellante een toename van haar beperkingen bij UWV. UWV stelt een FML op. Daaruit blijkt dat de mate van ongeschiktheid per 14 januari 2010 nog steeds minder dan 35% bedraagt. Appellante tekent tevergeefs bezwaar en beroep aan. Appellante ontvangt vervolgens een WW-uitkering. Op 9 november 2012 heeft ze zich vanuit die situatie ziekgemeld. Op 27 februari 2013 acht de verzekeringsarts appellante per 1 maart 2013 geschikt voor het verrichten van arbeid in de zin van de ZW. Bij besluit van 27 februari 2013 bepaalt UWV dat appellante met ingang van 1 maart 2013 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit wordt ongegrond verklaard. Appellante stelt geen rechtsmiddelen in. Op 8 mei 2013 meldt appellante zich wederom ziek, waarna zij door UWV ongeschikt wordt beoordeeld. Bij besluit van 19 september 2013 beëindigt UWV de ZW-uitkering, omdat appellante wederom geschikt wordt geacht tot het verrichten van arbeid. Appellante stelt tevergeefs bezwaar en beroep in. De rechtbank oordeelt dat het door UWV verrichte onderzoek op zorgvuldige en inzichtelijke wijze heeft plaatsgevonden. In hoger beroep stelt appellante dat de beoordeling door UWV niet zorgvuldig is geweest. Appellante wijst er tevens op dat zij door de gemeente Breda van haar sollicitatieplicht uit de WWB is vrijgesteld, vanwege haar slechte gezondheid.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Door UWV is niet ontkend dat appellante klachten heeft en beperkingen ondervindt, zoals onder meer blijkt uit de FML. De vraag is echter of appellante met die klachten en beperkingen in staat moet worden geacht haar arbeid te verrichten. Uit de door appellante ingebrachte stukken blijkt dat sprake is van de ziekte van Lyme en een zeer slechte conditie, maar daaruit volgt niet dat appellante de voor haar maatgevende arbeid niet kan verrichten. De WWB behelst een ander wettelijk kader voor de beoordeling van arbeidsmogelijkheden. Dat appellante in dat verband is vrijgesteld van de sollicitatieplicht brengt daarom niet mee dat zij ongeschikt is voor het verrichten van haar arbeid in de zin van de ZW. Het hoger beroep slaagt niet.