Naar boven ↑

Rechtspraak

Herziening of intrekking ZW-uitkering met terugwerkende kracht is in dit geval toegestaan, omdat appellant moest begrijpen dat hij geen recht had op ZW. In dit geval geen strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.

Appellant heeft zich op 28 maart 2011 ziek gemeld. In verband hiermee is hij in aanmerking gekomen voor een uitkering op grond van de Ziektewet. Op verzoek van UWV heeft een psychiater appellant onderzocht. Hierna is appellant eveneens onderzocht door een andere psychiater tijdens opname in het ziekenhuis. Deze onderzoeken zijn vastgelegd in de rapporten van 18 januari en 13 maart 2013. Op 19 maart 2013 heeft UWV vastgesteld dat appellant geen recht meer heeft op een uitkering op grond van WIA, omdat appellant de 104 weken niet heeft volgemaakt. Op 20 maart 2013 besluit UWV dat appellant vanaf 20 april 2011 in staat wordt geacht arbeid te verrichten en UWV beëindigt vanaf 20 april 2011 de ZW-uitkering. Tegen zowel het besluit met betrekking tot de WIA als de ZW-uitkering maakt appellant bezwaar. Dit wordt ongegrond verklaard. Daarna stelt appellant beroep in. De rechtbank oordeelt dat de medische onderzoeken zorgvuldig zijn verricht, maar dat uit de deskundigenrapporten niet kan worden afgeleid dat er vanaf 20 april 2011 sprake is van simulatie van klachten door appellant. De rechtbank vernietigt het besluit van UWV tot beëindiging van de ZW-uitkering met betrekking tot de datum. Met betrekking tot de WIA is het beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep stelt appellant dat er een onafhankelijke deskundige moet worden ingeschakeld. De psychiaters die appellant hebben onderzocht zouden vooringenomen en onzorgvuldig zijn. UWV voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat onvoldoende is gemotiveerd dat appellant ook al op 20 april 2011 zijn psychische klachten heeft gesimuleerd.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat UWV op grond van artikel 30 ZW een besluit tot toekenning van ziekengeld herziet of intrekt indien het ziekengeld ten onrechte tot een te hoog bedrag is verleend. UWV kan hiervan afzien indien daarvoor dringende redenen zijn. Volgens vaste rechtspraak is intrekking of herziening van de uitkering met terugwerkende kracht in strijd met het rechtzekerheidsbeginsel. Slechts in uitzonderingsgevallen ligt dit anders. De psychiater die appellant voor het eerst heeft onderzocht, heeft al vanaf 20 april 2011 geconcludeerd dat niet is uitgesloten dat er sprake is van simulatie in de vorm van een nagebootste stoornis. Op grond van bevindingen van een tweede psychiater op 13 maart 2013 wordt dit eveneens geconcludeerd. Op 19 september 2014 heeft deze psychiater onderbouwd gemotiveerd dat hij het uitgesloten acht dat er sprake is van een psychische stoornis. Een goed onderbouwde medische motivering voor hetgeen door appellant is aangevoerd, is niet te vinden. Er is geen sprake geweest van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte. Op grond van de rapporten van de deskundigen had het appellant duidelijk moeten zijn dat hij geen recht had op de ZW-uitkering en mocht UWV deze daarom met terugwerkende kracht intrekken.