Naar boven ↑

Rechtspraak

Wederrechtelijk verkregen inkomsten uit hennepkwekerij had appellant moeten melden bij UWV en zijn aanleiding voor herziening en terugvordering onverschuldigd betaalde ZW-uitkering.

Appellant ontvangt van 22 februari 2010 tot en met 12 december 2011 een ZW-uitkering. Op 19 oktober 2011 is in de schuur naast de woning van appellant een hennepkwekerij aangetroffen. Appellant is verhoord door de politie en er is een rapport werknemersfraude opgemaakt door UWV. UWV neemt aan dat appellant inkomsten heeft genoten vanuit een hennepkwekerij, dat hij daarvan geen melding heeft gedaan bij UWV en dat hij geen recht had op een ZW-uitkering. UWV herziet de ZW-uitkering met terugwerkende kracht en vordert de onverschuldigd betaalde ZW-uitkering terug. Het bezwaar en beroep van appellant worden ongegrond verklaard.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Vast staat dat de politie in de door appellant geëxploiteerde hennepkwekerij in zijn schuur naast de woning 159 hennepplanten heeft aangetroffen. Tevens is door de politie afgeleid dat er minimaal één geslaagde oogst is geweest en het wederrechtelijk verkregen voordeel is berekend op € 14.601,11. Appellant heeft niet met stukken onderbouwd dat de politie heeft vastgesteld dat er geen aanwijzingen waren voor hennepteelt op zijn perceel. Ook heeft appellant geen overtuigende verklaring gegeven voor de aangetroffen plantenresten in de containers op zijn perceel. Dit geldt ook voor het illegaal afnemen van stroom. UWV is er op goede gronden van uitgegaan dat appellant inkomsten heeft gehad die hij niet bij het UWV heeft gemeld en die hij op grond van artikel 49 ZW wel had moeten melden. Op grond van de artikelen 30, eerste lid, aanhef en onder a, artikel 31, en artikel 33, eerste lid, van de ZW was UWV daarom gehouden de ZW-uitkering te herzien en het onverschuldigd betaalde ziekengeld van appellant terug te vorderen.