Rechtspraak
Betrokkene vraagt op 27 november 2013 een WW-uitkering aan. Bij besluit van 19 december 2013 beslist UWV afwijzend op deze aanvraag. UWV stelt naar aanleiding van het bezwaar van betrokkene tegen voornoemd besluit vast dat betrokkene recht heeft op uitkering wegens betalingsonmacht van de werkgever over de periode van 1 oktober 2013 tot en met 8 november 2013. Betrokkene verzoekt UWV op 26 juni 2014 om hem over het na te betalen bedrag aan WW-uitkering wettelijke rente te vergoeden. UWV wijst dit verzoek bij besluit van 1 augustus 2014 af. Betrokkene laat UWV bij brief van 18 augustus 2014 weten het met deze afwijzing niet eens te zijn. Appellant stuurt voornoemde brief door aan de rechtbank. De rechtbank merkt de brief aan als een verzoek als bedoeld in artikel 8:88 lid 1 Awb. De rechtbank oordeelt dat UWV aan betrokkene wettelijke rente over de nabetaalde WW-uitkering verschuldigd is over de periode van 1 februari 2014 tot 3 juli 2014. Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat UWV op de aanvraag van betrokkene had moeten hebben beslist op 9 januari 2014 en dat wettelijke rente is verschuldigd vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de beslistermijn is verstreken. UWV betoogt in hoger beroep dat de rechtbank hem ten onrechte tot vergoeding van wettelijke rente heeft veroordeeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat voor UWV een beslistermijn gold van zes maanden. Deze termijn volgt uit artikel 127a lid 3 WW. UWV heeft er terecht op gewezen dat de rechtbank een fout heeft gemaakt door te rekenen met een termijn van zes weken. Partijen zijn het er voorts over eens dat de betalingstermijn van een uitkering op grond van hoofdstuk IV van de WW zes weken is. UWV heeft er daarom eveneens terecht op gewezen dat de rechtbank van een onjuiste betalingstermijn is uitgegaan.
Partijen worden nog verdeeld gehouden door de vraag of de begindatum van de beslistermijn 16 november 2013 (standpunt van betrokkene) of 27 november 2013 (standpunt van UWV) is. Op grond van artikel 127a lid 3 WW bepaalt de ontvangst van de aanvraag de begindatum van de beslistermijn. Met het namens de curator getekende werkgeversformulier ‘Overname loonbetaling’ is aan UWV informatie verstrekt over onder meer het bedrijf van de werkgever en de toepasselijke arbeidsvoorwaarden. Over de aan betrokkene onbetaald gebleven bedragen aan loon en onkostenvergoeding bevat het formulier geen informatie; zelfs de naam van betrokkene als werknemer wordt niet genoemd. Betrokkene heeft de uitkering aangevraagd met het formulier ‘Aanvraag overname betalingsverplichtingen vanwege betalingsonmacht werkgever’, dat hij op 26 november 2013 heeft ondertekend en dat is ingenomen door een medewerker van UWV op 27 november 2013. Dat betekent dat de beslistermijn op 27 november 2013 is gestart.
Uitgaande van 27 november 2013 als startdatum van de beslistermijn van zes maanden en een betalingstermijn van zes weken zou UWV over de na te betalen WW-uitkering vanaf 7 juli 2014 wettelijke rente verschuldigd worden. UWV heeft een betaaloverzicht ingebracht dat 4 juli 2014 als adviesdatum voor de betaling vermeldt. Op grond van artikel 4:89 lid 3 Awb geschiedt betaling door bijschrijving op een bankrekening op het tijdstip waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd. Betrokkene heeft zijn stelling dat het door UWV te betalen bedrag pas op 7 juli 2014 op zijn bankrekening is bijgeschreven niet met bewijs onderbouwd. Als zou worden aangenomen dat appellant pas op de dag na afloop van de betalingstermijn het (netto-equivalent van) een bedrag van € 19.942,75 (het totaalbedrag van de door UWV berekende uitkering) heeft betaald, volgt uit artikel 4:98 lid 2 Awb nog steeds dat UWV geen wettelijke rente verschuldigd is. Het bedrag aan wettelijke rente blijft in dat geval ver onder het in dat artikel genoemde minimumbedrag van € 10. Het hoger beroep van UWV slaagt. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en de Raad voorziet zelf in de zaak door het verzoek van betrokkene om vergoeding van wettelijke rente af te wijzen.