Naar boven ↑

Rechtspraak

Oordeel deskundige, dat de FML onvoldoende tegemoetkomt aan de beperkingen van betrokkene, wordt gevolgd. Indien een door de rechtbank ingeschakelde deskundige een expertiserapport heeft uitgebracht, is betrokkene niet verplicht medewerking te verlenen aan een door UWV beoogd deskundigenonderzoek teneinde diens bewijsvoering te ondersteunen.

Betrokkene was werkzaam als productiemedewerker, maar meldt zich per 6 september 2010 ziek. Op 16 oktober 2012 vraagt betrokkene een WIA-uitkering aan. Bij besluit van 6 december 2012 stelt UWV vast dat voor betrokkene geen recht bestaat op een WIA-uitkering, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt beschouwd. Bij besluit van 2 juli 2013 wordt het door betrokkene ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. De verzekeringsarts acht betrokkene belastbaar conform de FML van 18 maart 2013. In beroep schakelt de rechtbank een deskundige in. De deskundige rapporteert op 26 januari 2015 aan de rechtbank dat hij zich niet kan vinden in de door de verzekeringsarts vastgestelde beperkingen in de FML van 18 maart 2013. Volgens de deskundige zou een werkweek van 24 uur reëel zijn in plaats van 40 uur. De verzekeringsarts wijzigt vervolgens de FML, waarbij de door de deskundige genoemde beperkingen zijn gevolgd, behalve de door hem genoemde urenbelasting. De mate van arbeidsongeschiktheid is berekend op 33,33%, met als gevolg dat UWV het bestreden besluit van 2 juli 2013 handhaaft. De rechtbank verklaart het beroep van betrokkene gegrond. Het onderzoek van de deskundige wordt door de rechtbank als zorgvuldig beoordeeld. UWV stelt zich in hoger beroep op het standpunt dat hij in de gelegenheid had moeten worden gesteld een contra-expertise te laten verrichten. Betrokkene heeft niet willen meewerken aan het onderzoek van een andere deskundige, waardoor UWV de mogelijkheid is ontnomen het standpunt van de eerste deskundige te weerleggen.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank terecht de deskundige heeft gevolgd in zijn oordeel dat de FML onvoldoende tegemoetkomt aan de beperkingen die betrokkene heeft. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat het deskundigenrapport blijk geeft van een zorgvuldig onderzoek. De conclusie van de deskundige dat de FML, die geen urenbeperking bevat, onvoldoende tegemoetkomt aan de beperkingen die appellant heeft op de datum in geding, blijft overeind. Er bestaat verder geen aanleiding UWV te volgen in zijn standpunt dat betrokkene op grond van artikel 27, tweede lid onder b, en 46a Wet WIA gehouden is mee te werken aan een door UWV gewenst medisch onderzoek. De op grond van de voornoemde artikelen bestaande verplichting mee te werken aan een medisch onderzoek, ziet op de beoordeling van het recht op uitkering in de primaire fase in de bezwaarfase. Indien een door de rechtbank ingeschakelde deskundige een expertiserapport heeft uitgebracht behoeft betrokkene geen medewerking te verlenen aan een door het bestuursorgaan beoogd deskundigenonderzoek teneinde diens bewijsvoering te ondersteunen. Het hoger beroep van UWV slaagt niet.