Naar boven ↑

Rechtspraak

Terugvordering onverschuldigd betaalde uitkering wegens verlies hoedanigheid van werknemer. De door de rechtbank genoemde feiten (o.a. het geen gebruik hebben kunnen maken van de startersregeling door het met terugwerkende kracht toekennen van een uitkering) vormen geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb om van de beleidsregels af te wijken.

Betrokkene wordt op 21 augustus 2012 op staande voet ontslagen. Als gevolg daarvan vraagt hij een WW-uitkering aan. Bij besluit van 8 oktober 2012 weigert UWV (appellant) deze uitkering blijvend geheel omdat betrokkene verwijtbaar werkloos is geworden. Intussen treden betrokkenen en zijn werkgever over het ontslag in overleg en sluiten zij een vaststellingsovereenkomst die het dienstverband per 21 augustus 2012 beëindigt. Bij besluit van 18 juni 2013 brengt UWV betrokkene met terugwerkende kracht in aanmerking voor een uitkering per 1 oktober 2012. Na het ontslag op staande voet is betrokkene als zelfstandige begonnen. Nadat hij in aanmerking werd gebracht voor een uitkering heeft hij contact gezocht met UWV met vragen over de gevolgen van zijn activiteiten als zelfstandige. Hij heeft melding gemaakt van die activiteiten door middel van inkomstenformulieren en in verband met die melding is zijn uitkering vanaf november 2013 verlaagd. UWV laat naar aanleiding van de melding van betrokkene nader onderzoek verrichten. Naar aanleiding van dit onderzoek heeft UWV de uitkering van betrokkene herzien en een bedrag van 15.777,15 euro per besluit teruggevorderd wegens het niet op tijd doorgeven van het verrichten van werkzaamheden als zelfstandige. Betrokkene maakt hiertegen bezwaar. UWV verklaart dit ongegrond. Betrokkene gaat daarop in beroep. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank oordeelt dat het betrokkene duidelijk heeft moeten zijn dat zijn werkzaamheden als zelfstandige van invloed zijn op de hoogte van zijn uitkering. Daarna overweegt de rechtbank dat UWV terecht heeft bezien of en in hoeverre betrokkenes uitkering vanwege die werkzaamheden met terugwerkende kracht moet worden herzien of teruggevorderd. UWV heeft daarbij conform het bepaalde in de Beleidsregels schorsing, opschorting, intrekking en herziening uitkeringen 2006 (hierna: de beleidsregels) gehandeld. Ten slotte oordeelt de rechtbank dat in casu sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb op grond waarvan UWV had moeten afwijken van zijn beleid. In de kern betreft het de bijzondere omstandigheid dat betrokkene wegens toekenning van zijn uitkering met terugwerkende kracht geen gebruik kon maken van de startersregeling. UWV gaat in hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Het recht op uitkering eindigt voor zover de werknemer zijn hoedanigheid van werknemer verliest. UWV herziet een besluit tot toekenning van een uitkering indien de werknemer zijn informatieverplichting (het mededelen van informatie waarvan de werknemer wist of redelijkerwijs duidelijk moest zijn dat zij van invloed kan zijn op de uitkering) niet nakomt. Indien een uitkering onverschuldigd betaald is, kan UWV het onverschuldigde bedrag terugvorderen. De beleidsregels bepalen dat indien het de verzekerde redelijkerwijs duidelijk was of kon zijn dat hem ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering werd verstrekt, de uitkering wordt ingetrokken of herzien met terugwerkende kracht. De Raad oordeelt dat het voor betrokkene redelijkerwijs duidelijk was dat zijn werkzaamheden als zelfstandige van invloed konden zijn op zijn recht op uitkering. Dit wordt niet anders door de omstandigheid dat betrokkene ten tijde van de aanvang van zijn werkzaamheden als zelfstandige nog geen uitkering ontving en tegen de weigering van de uitkering een bezwaarprocedure voerde. De door de rechtbank genoemde feiten (o.a. het geen gebruik hebben kunnen maken van de startersregeling) vormen geen bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 Awb om van de beleidsregels af te wijken. Ten overvloede merkt de Raad op dat de beleidsregels naar vaste rechtspraak worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid dat terughoudend moet worden getoetst. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep ongegrond.