Naar boven ↑

Rechtspraak

Zelfstandige voldoet niet aan informatieplicht, WW-uitkering terecht herzien en teruggevorderd en boete terecht opgelegd.

Appellant is sinds 19 februari 2008 werkzaam bij een bedrijf (hierna: ‘werkgever 1’), deels als werknemer en deels als zelfstandige. Daarnaast is appellant werkzaam bij een ander bedrijf (hierna: ‘werkgever 2’) op basis van een arbeidsovereenkomst van 30 uren per week. Op 31 maart 2012 is de arbeidsovereenkomst met werkgever 1 beëindigd. In verband met dit arbeidsurenverlies vraagt appellant op 6 april 2012 een WW-uitkering aan, die wordt toegekend op basis van het aantal uren dat appellant gemiddeld per week als werknemer bij werkgever 1 werkte (8 uur per week). Verder is bij de toekenning van de WW-uitkering vermeld dat appellant gemiddeld 12 uur per week als zelfstandige heeft gewerkt en dat er geen gevolgen voor de WW-uitkering zouden zijn indien appellant dit aantal uren (of minder) als zelfstandige zou blijven werken. Bij een controle blijkt dat appellant niet juist had doorgegeven hoeveel uren hij per week voor werkgever 2 had gewerkt, waarop de WW-uitkering van appellant is herzien en de onterecht betaalde uitkering is teruggevorderd. Tevens heeft UWV appellant een boete opgelegd. Het bezwaar en beroep tegen deze besluiten zijn ongegrond verklaard (dan wel is appellant niet-ontvankelijk verklaard).

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij per vergissing geen melding heeft gemaakt van de uren in week 49 van het jaar 2013. Hij heeft die week iets meer gewerkt dan de toegestane 12 uren en heeft er niet bij nagedacht dit aan UWV te melden. Appellant is akkoord gegaan met het feit dat hij zijn uitkering moet terugbetalen, maar niet met het feit dat zijn vrij te laten uren voor de verdere periode vervallen. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het appellant redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat die overuren in week 49 van invloed konden zijn op zijn uitkering en dat hij ze daarom moest melden. Voor zover bij appellant sprake was van een misverstand over deze extra uren is dit vanaf week 49 aan appellants eigen nalatigheid te wijten. Dat aan appellant zou zijn meegedeeld dat hij 15 uren per week extra mocht werken zonder daarvan melding te maken, acht de rechtbank niet aannemelijk. Uit de registratie bij UWV van verschillende contactmomenten tussen appellant en het werkbedrijf is namelijk niet van dergelijke mededelingen gebleken. Het hoger beroep faalt.