Naar boven ↑

Rechtspraak

Geen sprake van duurzame arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA.

Bij besluit van 19 augustus 2011 stelt UWV vast dat voor appellant met ingang van 19 september 2011 geen recht is ontstaan op een WIA-uitkering, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Op 3 juli 2012 valt appellant uit voor zijn werk als calculator bij een glasvezelbedrijf. Hem is een ZW-uitkering toegekend. Bij besluit van 6 juni 2014 stelt UWV vast dat de ZW-uitkering op 30 juni 2014 eindigt. Op 20 mei 2014 vraagt appellant een WIA-uitkering aan. Bij besluit van 30 juli 2014 stelt UWV vast dat voor appellant geen recht is ontstaan op een WIA-uitkering. UWV ziet in zijn rapport van 6 september 2017 aanleiding om bij de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 oktober 2017 vast te stellen dat voor appellant met ingang van 1 juli 2014 recht is ontstaan op een loongerelateerde WGA-uitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid op medische gronden is bepaald op 100%. Volgens appellant moet de WGA-uitkering echter per eerdere datum worden verstrekt, namelijk met ingang van 19 september 2011. Verder voert hij aan dat hij met ingang van 1 juli 2014 recht heeft op een IVA-uitkering, omdat hij vanaf die datum volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Hiertoe wijst hij onder meer op een besluit van UWV van 18 januari 2018, waarbij hem met ingang van 30 juni 2016 een IVA-uitkering is toegekend.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Ter beoordeling ligt de vraag voor of de volledige arbeidsongeschiktheid van appellant met ingang van 1 juli 2014 moet worden geacht tevens duurzaam te zijn in de zin van artikel 4 van de Wet WIA, zodat hij ingevolge artikel 47 Wet WIA recht heeft op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is volgens artikel 4 lid 1 Wet WIA hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Ingevolge het tweede lid wordt onder duurzaam verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Volgens het derde lid wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft inzichtelijk gemaakt dat er een redelijke tot goede verwachting bestaat dat verbetering van de belastbaarheid van appellant na een jaar zal optreden bij adequate behandeling van de vastgestelde depressieve stoornis en persoonlijkheidsstoornis, zodat derhalve geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van de Wet WIA.