Naar boven ↑

Rechtspraak

Ontslag wegens valsheid in geschrifte levert verwijtbare werkloosheid op. UWV heeft de WW-uitkering terecht blijvend en geheel geweigerd.

Appellante is per 1 maart 2001 in dienst getreden bij het [instantie]. Op basis van de arbeidsovereenkomst is haar een leaseauto ter beschikking gesteld, hoeft zij hiervoor geen eigen bijdrage aan het [instantie] te betalen en mag met de leaseauto een onbeperkt aantal privékilometers worden gereden. In juni 2007 is geregeld dat het privégebruik van de auto fiscaal wordt bijgeteld. Voor die bijtelling heeft het [instantie] appellante een compensatie verstrekt. Onder meer naar aanleiding van een uitzending van de NOS in september 2011 over het [instantie] is door een commissie onder leiding van prof. mr. M. Scheltema (commissie-Scheltema) onderzoek verricht. In het kader van dat onderzoek is nader onderzoek verricht door Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. (Hoffmann) naar het privégebruik door appellante van de dienstauto. Op 18 april 2012 heeft de minister van Immigratie, Integratie en Asiel (hierna: de minister) naar aanleiding van het rapport van de commissie-Scheltema laten weten dat een terugkeer van appellante – die inmiddels op non-actief was gesteld – naar het [instantie] uitgesloten was. Het [instantie] heeft appellante op 18 april 2012 het voornemen kenbaar gemaakt de arbeidsovereenkomst per 23 april 2012 op te zeggen onder betaling van drie maanden salaris. In verband met dat voornemen is appellante op 19 april 2012 gehoord. Bij brief van 20 april 2012 heeft het [instantie] het dienstverband per 23 april 2012 opgezegd vanwege onder meer het naar buiten brengen van onjuiste informatie over de hoogte van haar salaris; het verstrekken van onjuiste informatie over het privégebruik van de dienstauto; en het geven van de opdracht om achteraf de agenda te (laten) wijzigen ter maskering van het privégebruik van de dienstauto. Bij besluit van 3 oktober 2012 heeft UWV die uitkering, met ingang van 1 augustus 2012, blijvend geheel geweigerd. Onder verwijzing naar de aspecten die het [instantie] in de brief van 23 april 2012 heeft genoemd, heeft UWV geconcludeerd dat appellante verwijtbaar werkloos is, omdat aan het ontslag een dringende reden ten grondslag ligt. Het bezwaar en beroep van appellante worden ongegrond verklaard. De gronden van appellante in hoger beroep komen er samengevat op neer dat de verrichte onderzoeken van UWV, de commissie-Scheltema en Hoffmann onzorgvuldig en onbetrouwbaar zijn.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Appellante heeft in het kader van het geschil dat tussen haar en het [instantie] is gerezen, diverse civiele procedures gevoerd. Bij twee vonnissen van 8 oktober 2014 (ECLI:NL:RBDHA:2014:12254 en 12283) heeft de Rechtbank Den Haag bewezen geacht dat appellante in strijd met de waarheid diverse malen ten overstaan van de Raad van Toezicht, (medewerkers van het departement van) de minister en leden van de commissie-Scheltema heeft verklaard dat zij de dienstauto niet privé gebruikt, dat zij heeft verhuld dat zij de dienstauto voor privédoeleinden gebruikte en dat zij daarbij ondergeschikten (haar chauffeur en haar secretaresse) heeft betrokken. In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag bij arrest van 9 januari 2018 (ECLI:NL:GHDHA:2018:6) deze conclusies van de rechtbank onderschreven. De rechtbank heeft appellante bij vonnis van 2 januari 2016 (ECLI:NL:RBDHA:2016:675) een taakstraf van 140 uur opgelegd omdat zij zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift. Bij arrest van 14 februari 2017 (ECLI:NL:GHDHA:2017:311) heeft het Gerechtshof Den Haag dat vonnis vernietigd en appellante veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur. Het hof heeft daarbij bewezen geacht dat appellante zich schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift door het achteraf (laten) opnemen van een aantal afspraken in haar digitale agenda, terwijl deze in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden. Van onzorgvuldig handelen door UWV, de commissie of Hoffman geeft het dossier geen blijk. De gedragingen leveren een zeer ernstige schending op van het vertrouwen dat het [instantie] in appellante mocht stellen. Appellante bekleedde een publieke functie waarin haar gedrag ten voorbeeld zou moeten strekken. Met de rechtbank wordt geoordeeld dat met deze schendingen zowel objectief als subjectief sprake is van een dringende reden. UWV heeft de WW-uitkering terecht blijvend en geheel geweigerd.