Naar boven ↑

Rechtspraak

UWV wijst scholingsvoucher terecht af. Master Animal Sciences is niet gericht op een kansberoep.

Appellant vraagt op 12 september 2016 een scholingsvoucher (ook wel: subsidie) aan op grond van de Tijdelijke regeling subsidie scholing richting een kansberoep (Regeling). Op het aanvraagformulier vult appellant in dat hij de opleiding Master Animal Sciences wil volgen ten behoeve van het vervullen van de functie van vertegenwoordiger agrarische producten. UWV wijst de aanvraag af. De opleiding die appellant wil gaan volgen is volgens UWV niet gericht op een kansberoep. Anders dan appellant meent, sluit de opleiding Master Animal Sciences volgens UWV niet aan bij de functie-inhoud van de functie van vertegenwoordiger agrarische producten. De rechtbank onderschrijft dit standpunt. De stelling van appellant dat afgestudeerden van die opleiding als vertegenwoordiger aan de slag gaan, doet daaraan niet af. Welke beroepen afgestudeerden gaan uitoefenen is immers niet bepalend voor de vraag of de opleiding gericht is op een kansberoep.

De Raad oordeelt als volgt. Partijen verschillen van mening over de vraag of de opleiding Master Animal Sciences opleidt tot een kansberoep. Alleen dan komt de werknemer in aanmerking voor subsidie op grond van Regeling. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de opleiding Master Animal Sciences niet opleidt tot het kansberoep vertegenwoordiger agrarische producten en dat een accountmanager niet hetzelfde beroep uitoefent als een vertegenwoordiger agrarische producten. Uit de door UWV overgelegde functiebeschrijvingen van de functie van vertegenwoordiger agrarische producten en de functie van accountmanager agrarische producten blijkt dat de inhoud van de functies verschilt. Daarnaast is de functie van accountmanager een zwaardere en bredere functie waarvoor ook een hoger opleidingsniveau is vereist. Uit de door appellant overgelegde informatie van de Wageningen Universiteit blijkt verder dat de opleiding Master Animal Sciences een academische studie betreft en dat afgestudeerden met name werkzaam zijn in onderzoeksfuncties aan universiteiten of binnen bedrijven. Hieruit volgt dat deze opleiding niet is gericht op het kansberoep vertegenwoordiger agrarische producten. Het hoger beroep slaagt niet.