Rechtspraak
Centrale Raad van Beroep, 19 februari 2020
ECLI:NL:CRVB:2020:355
Appellant is in dienst van UMCG. UMCG verleent appellant met ingang van 1 april 2015 ontslag op andere gronden op grond van artikel 12.12 van de collectieve arbeidsovereenkomst Universitair Medische Centra 2015-2017 (CAO UMC). Bij besluit van 24 maart 2015 brengt UWV appellant met ingang van 1 april 2015 in aanmerking voor een WW-uitkering met een dagloon van € 114,34. Dit besluit trekt UWV in, omdat gebleken was dat appellant recht heeft op een werkloosheidsuitkering van UMCG, uitgevoerd door Loyalis Maatwerkadministratie B.V. (Loyalis). Bij besluit van 18 mei 2015 kent Loyalis namens UMCG aan appellant met ingang van 1 april 2015 een werkloosheidsuitkering toe op grond van artikel 12.12, derde lid, van de CAO UMC ter hoogte van de som van een WW-uitkering en uitkering op grond van de Bovenwettelijke Werkloosheidsregeling Universitaire Medisch Centra (BWUMC). Het dagloon is daarbij vastgesteld op € 108,66. Appellant maakt bezwaar tegen de hoogte van het dagloon en verwijst in dit kader naar het dagloonrapport van UWV. UWV kwam tot een dagloon van € 114,34. Het bezwaar en beroep worden ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt als volgt. Op basis van alle ingebrachte loongegevens, zowel van de kant van UMCG als van UWV, heeft UMCG terecht geconcludeerd dat het verschil in de hoogte van het dagloon tussen het UWV en UMCG uitsluitend is gelegen in de looncomponent ‘uitruil in verband met reiskosten’. Uit de salarisstroken van mei, september en december 2014 blijkt dat appellant in het kader van de regeling ‘uitruil in verband met reiskosten’ bedragen aan brutosalaris heeft ingeruild voor nettobedragen. Het gevolg van het gebruik van deze regeling is dat het belastbaar inkomen en sv‑loon lager wordt, wat mogelijk consequenties kan hebben voor een eventuele werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering. Met toepassing van deze regeling heeft UMCG op goede gronden de brutobedragen in verband met ‘uitruil in verband met reiskosten’ in mindering gebracht op het sv-loon. Appellant heeft niet gemotiveerd betwist dat UMCG dit ten onrechte heeft gedaan. Het hoger beroep slaagt niet.