Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Werknemer raakt onderweg naar een presentatie betrokken bij een verkeersongeval, met als gevolg een whiplashtrauma. De WAM-verzekeraar van de bij het ongeval betrokken partij vergoedt 75% van de geleden schade, de werknemer vordert de resterende 25% van de schade van zijn werkgever. De vordering wordt door zowel de kantonrechter als het hof afgewezen.

Volgens de Hoge Raad houdt art. 7:611 BW geen onbeperkte aansprakelijkheid in voor de werkgever ter zake van verkeersongevallen, nu dit niet in overeenstemming is met het stelsel van de wet, in het bijzonder art. 7:658 BW. Wel is de werkgever op grond van goed werkgeverschap gehouden zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering voor werknemers wier werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval. De omvang van de verzekering zal aan de hand van alle omstandigheden van het geval moeten worden beoordeeld, waarbij in het bijzonder betekenis toekomt aan de in de betrokken tijd bestaande verzekeringsmogelijkheden en de heersende maatschappelijke opvattingen over de vraag voor welke schade een behoorlijke verzekering dekking dient te verlenen.

Het hof heeft geoordeeld dat het niet dragen van de autogordel door de werknemer bewuste roekeloosheid oplevert. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de maatstaf van bewuste roekeloosheid heeft “geobjectiveerd” en niet heeft vastgesteld dat werknemer zich onmiddellijk voorafgaand aan het ongeval daadwerkelijk bewust was van de roekeloosheid van zijn gedrag.