Naar boven ↑

Rechtspraak

Kern

Werknemer is op 4 april 2008 op staande voet ontslagen wegens onder andere herhaaldelijk te laat verschijnen op werk. Verzoekster verzoekt de kantonrechter thans, voor het geval in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat de arbeidsovereenkomst niet reeds is geƫindigd door het ontslag op staande voet op 4 april 2008, de arbeidsovereenkomst te ontbinden per zo spoedig mogelijke datum op grond van een dringende reden. Subsidiair vraagt verzoekster de arbeidsovereenkomst, voor zover in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat deze niet is geƫindigd door het ontslag op staande voet op 4 april 2008, te willen ontbinden grond van veranderingen in de omstandigheden zonder toekenning van een vergoeding aan verweerder.

De kantonrechter overweegt dat de primaire vordering dient te worden afgewezen. Er kan geen ontbinding worden uitgesproken op grond van een dringende reden voor het geval diezelfde dringende reden niet blijkt te bestaan. Wel acht de kantonrechter genoegzaam gebleken dat de arbeidsverhouding is verstoord. Werkgever heeft meermalen werknemer op zijn gedrag aangesproken en hem gewaarschuwd. De kantonrechter volgt het verweer van werknemer dat het slechts om futiliteiten ging niet. In deze omstandigheden acht de kantonrechter een neutrale ontbinding gerechtvaardigd.