Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/X Gears BV
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 14 juni 2011
ECLI:NL:GHSHE:2011:BQ8262

werknemer/X Gears BV

Precontractuele fase. Afgebroken onderhandelingen over arbeidsovereenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Gemaakte kosten aspirant-werknemer komen evenmin op grond van het risicobeginsel voor vergoeding in aanmerking

Werknemer stelt zich op het standpunt dat werkgever door handelingen, uitlatingen en toezeggingen bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat een arbeidsovereenkomst met werkgever tot stand zou komen. Daardoor heeft hij schade geleden, die hij gesteld heeft op € 4.045,46 aan reis- en advieskosten en zes maal het bruto maandsalaris van € 9.088,50 dat hij bij FC-Stahl verdiende en bij RENK had kunnen verdienen, is € 54.531. Werknemer vordert deze schadevergoeding uit hoofde van een onrechtmatige daad. De rechtbank heeft de vordering afgewezen.

Het hof oordeelt als volgt. Anders dan werknemer meent, acht het hof dat partijen op een groot aantal punten nog geen overeenstemming hadden bereikt. Zo was de functie-inhoud van werknemer nog niet vastgesteld. Voorts stond de omvang van het salaris nog ter discussie (met name welk deel variabel zou zijn). Ten slotte stond de aanvangsdatum nog niet vast. Gelet op het voorgaande mocht werknemer na het derde gesprek op 15 februari 2007 – bij gebreke van overeenstemming op in ieder geval de drie hiervoor genoemde essentiële punten en bij gebreke van vertrouwen van werkgever in de persoon van werknemer – niet het gerechtvaardigd vertrouwen hebben dat er een arbeidsovereenkomst tot stand zou komen. Op dat moment was het afbreken van de onderhandelingen niet onaanvaardbaar. Het risicobeginsel brengt naar het oordeel van het hof mee dat de gemaakte kosten in de precontractuele fase voor eigen rekening blijven. De redelijkheid en billijkheid kunnen evenwel in een uitzonderlijke situatie meebrengen dat in de precontractuele fase gemaakte kosten worden vergoed hoewel het afbreken van de onderhandelingen niet onaanvaardbaar is (impliciet HR 15 december 2006, LJN AZ2721). Het hof is van oordeel dat daar in dit geval geen aanleiding voor is. Werkgever heeft werknemer weliswaar na 15 februari 2007 in het ongewisse gelaten en hem er niet van op de hoogte gesteld dat zij mede op basis van nader verkregen informatie niet verder meer met werknemer wilde onderhandelen, maar werknemer heeft het er zelf ook bij laten zitten door geen actie meer te ondernemen tot zijn mail van 16 april 2007.

Volgt bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank.