Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Nij Hickaerd/werkneemster
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 juni 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ9146

Stichting Nij Hickaerd/werkneemster

Onregelmatige opzegging na onrechtmatig ontslag op staande voet. Ontslag tevens kennelijk onredelijk. Kort dienstverband aanleiding voor matiging gefixeerde schadevergoeding

Werkneemster is op 1 mei 2008 in dienst getreden van werkgever. Zij is op 23 augustus 2008 voorwaardelijk op staande voet ontslagen wegens werkweigering, diefstal, fraude en bedrog (werkneemster zou bepaalde dossiers van de Stichting in privé onder zich houden en geweigerd hebben deze af te geven). Nadat werkneemster aan de voorwaarden heeft voldaan, volhardt de werkgever in het gegeven ontslag op staande voet. Werkneemster heeft vervolgens gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging en schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag gevorderd. Volgens werkneemster zijn partijen een arbeidsovereenkomst voor de duur van twee jaar overeengekomen. De kantonrechter heeft het ontslag kennelijk onredelijk geoordeeld en overwogen dat sprake is van onregelmatige opzegging. De schadevergoeding heeft de kantonrechter gematigd tot drie maanden (ex artikel 7:680 BW). Werkgever stelt zich onder meer op het standpunt dat werkneemster niet bij haar, maar bij de stichting in dienst is getreden. Voorts stelt werkgever zich op het standpunt dat sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet.

Het hof oordeelt als volgt. Anders dan werkgever meent, is voldoende gebleken dat werkneemster en werkgever een mondelinge arbeidsovereenkomst per 1 mei 2008 zijn aangegaan. Werkgever heeft zelfs loon overgemaakt aan werkneemster. De eerste grief faalt derhalve.

Met betrekking tot het ontslag op staande voet oordeelt het hof als volgt. Werkgever stelt zich op het standpunt dat werkneemster tijdens de startfase van de nieuwe Zorgboerderij zelf een concurrerende zorgboerderij zou hebben opgericht met gebruik van het klantenbestand van werkgever. Dit verwijt – wat ook zij van de juistheid ervan – kan werkgever evenwel niet baten, omdat aan het initiële ontslag op staande voet andere feiten ten grondslag waren gelegd en werkneemster aan de voorwaarde gesteld bij dit ontslag heeft voldaan. Het tweede ontslag voldoet niet aan de onverwijldheidseis, althans niet aan de gelijktijdige mededelingseis. Bijgevolg is het ontslag op staande voet niet rechtmatig. De opzegging is derhalve onregelmatig en kennelijk onredelijk. Nu werkneemster geen grief heeft ingesteld tegen het feit dat de kantonrechter de schade uitsluitend heeft begroot op grond van de onregelmatigheid, zal het hof hier ook van uitgaan. De gefixeerde schadevergoeding wordt – gelijk de kantonrechter – gematigd. Het korte dienstverband is hier aanleiding toe.