Naar boven ↑

Rechtspraak

curator/werknemer
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 14 juni 2011
ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ9222

curator/werknemer

Curator heeft onvoldoende zwaarwegend belang bij vorderen boetes wegens overtreding van concurrentie- en relatiebeding. Doorstart na faillissement

Werknemer is op 15 juni 1985 in dienst getreden van (een rechtsvoorganger van) JPB Stadskanaal. In de schriftelijk vastgelegde arbeidsovereenkomst van 12 mei 2003 is een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. JPB Stadskanaal heeft op 27 juli 2009 haar faillissement aangevraagd, dat op 28 juli 2009 is uitgesproken. De curator heeft de arbeidsovereenkomst met werknemer bij brief van 4 augustus 2009 opgezegd tegen 15 september 2009. De curator en de zustermaatschappij van JPB Stadskanaal, JPB IS, zijn een koopovereenkomst aangegaan d.d. 22 september 2009 waarbij JPB IS de activiteiten en een deel van de werknemers heeft overgenomen. In de koopovereenkomst is bepaald dat 39 (voormalige) werknemers van JPB Stadskanaal een arbeidsovereenkomst zal worden aangeboden en dat de curator zich in beginsel verplicht om de resterende 21 werknemers van JPB Stadskanaal te houden aan het met JPB Stadskanaal overeengekomen non-concurrentiebeding. Werknemer is nadat het dienstverband per 15 september 2009 was beëindigd, in dienst getreden bij Milieu Cleaning Services B.V. te Stadskanaal (MCS). MCS is in Stadskanaal concurrent van JPB. De curator vordert betaling van verbeurde boetes wegens overtreding van het concurrentie- en relatiebeding.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer heeft bij dupliek gesteld dat sprake is geweest van een ingrijpende wijziging van de arbeidsverhouding en dat het bestaande concurrentiebeding daardoor zwaarder is gaan drukken. Werknemer heeft die stellingen echter in het geheel niet nader feitelijk toegelicht, laat staan dat hij die op een voldoende wijze met stukken zou hebben onderbouwd. Dit verweer wordt als onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd gepasseerd. De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de toetsingsnorm in artikel 7:653 BW, de curator in een faillissementssituatie werknemer slechts kan houden aan het concurrentie- en relatiebeding indien hij daartoe een zwaarwegend belang stelt en, bij betwisting, aantoont. Werknemer heeft betwist dat hem een andere functie is aangeboden met het oog op een doorstart na faillissement. Niet aannemelijk is geworden dat werknemer wel een andere functie is aangeboden. Daarnaast is werknemer door JPB Stadskanaal vóór faillissement op non-actief gesteld. Op zijn schrijven waarin hij tegen die non-actiefstelling bezwaar heeft gemaakt, is tot de inleidende dagvaarding van 7 oktober 2010 niet gereageerd. Werknemer kon er dan ook van uitgaan dat kennelijk op zijn arbeid geen prijs meer werd gesteld. In de brief van de curator waarmee de arbeidsovereenkomst is opgezegd is daarvan evenmin melding gemaakt noch is aangegeven dat met het oog op een mogelijke doorstart, de curator werknemer aan een concurrentie- en relatiebeding wenste te houden. Naar het oordeel van de kantonrechter is het onvoldoende dat de curator voor een vordering als de onderhavige zich erop beroept dat het concurrentie- en het relatiebeding nog steeds van kracht zijn. Het gegeven dat de curator zich tegenover de koper heeft verbonden werknemers, eventueel met een procedure, te houden aan het concurrentie- en relatiebeding is eveneens onvoldoende. Bijkomend is dat de curator na het namens werknemer gezonden faxbericht van 26 oktober 2009 kennelijk tot de onderhavige dagvaarding richting werknemer geen actie heeft ondernomen erop gericht dat werknemer zich zou houden aan het concurrentiebeding en vervolgens pas, na expiratie van de bedingen, alsnog in rechte een boete vordert. Er wordt geoordeeld dat op grond van het bepaalde in artikel 7:653 BW de curator geen in rechte voldoende, zwaarwegend, belang heeft om de onderhavige boetes te vorderen. De vorderingen van de curator worden afgewezen.