Rechtspraak
werkgever/werknemer
Werknemer is vanaf 1 mei 2007 werkzaam in de functie van ‘Pedagogisch medewerker B’. Bij indiensttreding heeft werkgever om een kopie van diploma’s gevraagd, maar werknemer heeft deze nooit aan werkgever toegezonden. In 2011 is werkgever een samenwerking begonnen met een andere instelling. Werknemer kan bij de andere instelling gaan werken, daarvoor is een minimale diplomering vereist. Werkgever vraagt werknemer om een recente cv en kopie van het mbo-diploma. Na herhaaldelijk aandringen op het verstrekken van een kopie van het diploma, heeft werknemer erkend geen mbo-diploma te hebben. Thans vordert werkgever ontbinding.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan werkgever aanvoert, levert het enkele niet hebben van het diploma op mbo-niveau niet een dringende reden op. Hoewel aan haar kan worden toegegeven dat uit de tekst van de vacature, zeker in samenhang bezien met het functieprofiel en de in het vooruitzicht gestelde inschaling van het loon, in voldoende mate kenbaar bleek dat zij kandidaten zocht die beschikten over een diploma op mbo-niveau, moet uit de door haar gevoerde sollicitatieprocedure de conclusie worden getrokken dat zij daarin onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Het door werknemer overgelegde cv liet immers – ook bij vluchtige lezing daarvan – in het midden of hij over zo’n diploma beschikte.
Thans is wel sprake van een ernstige en onherstelbare beschadiging van de vertrouwensrelatie. Het was werknemer al ten tijde van zijn indiensttreding voldoende kenbaar dat werkgever uitging van zijn mbo-gediplomeerd zijn. Door zo lang te blijven zwijgen, werkgever zo lang in een onjuiste voorstelling van zaken te laten en werkgever hem bij de andere instelling te laten neerzetten als mbo-gediplomeerd, mag werkgever een en ander als een ernstige vertrouwensbreuk aanmerken. Anders dan werkgever meent, rechtvaardigen de omstandigheden van dit geval, met name de onvolkomen wijze van selecteren en het nalaten van concrete stappen na het uitblijven van een kopie van het mbo-diploma en de omstandigheid dat het ontbreken van dat diploma in een eerdere fase wel ‘gerepareerd’ had kunnen worden, naar het oordeel van de kantonrechter in voldoende mate de toekenning van een vergoeding naar billijkheid. Volgt ontbinding met C=0,5.