Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting voor informatie en ordening van de bedrijfstak besloten busvervoer/Theatercentrale Regio Amsterdam
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 juli 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BR2585

Stichting voor informatie en ordening van de bedrijfstak besloten busvervoer/Theatercentrale Regio Amsterdam

Stichting naleving cao kan schadevergoeding en forfaitaire boete niet cumulatief vorderen

Werkgever is als werkgever in het gesloten busvervoer gebonden aan de algemeen verbindend verklaarde cao en cao-fso. STO (de Stichting) is op grond van artikel 69 II cao en artikel 7 II cao-fso bevoegd bij werkgever gegevens op te vragen omtrent de naleving van de cao en de cao-fso. STO heeft in 2008 gegevens opgevraagd. Omdat werkgever de gegevens aanvankelijk niet verstrekte, maakt STO aanspraak of de forfaitaire boetes, zoals opgenomen in de cao.

Het hof oordeelt als volgt. STO heeft met haar brief van 30 oktober 2008 aan werkgever de gelegenheid geboden na het intreden van het verzuim alsnog aan zijn verplichting zoals verwoord in haar brief van 30 oktober 2007 te voldoen, tegen vergoeding van de inmiddels aan haar zijde daadwerkelijk geleden schade. Werkgever is op dat aanbod ingegaan en heeft, zo staat tussen partijen vast, de schade vergoed en de verzochte stukken aan STO verstrekt. Het moet er, gelet op het voorgaande, voor gehouden worden dat STO op 30 oktober 2008 niet heeft gekozen voor nakoming van de boetebedingen – de door STO ingeroepen bedingen kunnen immers als zodanig worden aangemerkt – maar voor nakoming van de verbintenis(sen) waaraan die boetebedingen verbonden zijn, aangevuld met vergoeding door werkgever van de door het tijdelijke verzuim geleden schade. STO kan onder die omstandigheden niet, voor zover niet blijkt dat werkgever na 12 februari 2008 nog steeds in verzuim is, alsnog nakoming van de boetebedingen vorderen. Dat zou immers niet stroken met het bepaalde in artikel 6:92 lid 1 BW, inhoudende dat de schuldeiser geen nakoming kan vorderen zowel van het boetebeding als van de verbintenis waaraan het boetebeding is verbonden. Het voorgaande zou slechts anders zijn als STO bij haar aanbod aan werkgever ondubbelzinnig had laten weten dat zij naast vergoeding van de schade wegens vertraging in de nakoming tevens een beroep doet op vergoeding van de (forfaitaire dan wel door haar te bepalen) schadevergoeding. Zij heeft echter niet aangevoerd dat zij dat heeft gedaan. Werkgever heeft dan ook mogen menen dat hij, door alsnog na te komen en daarbij de daadwerkelijke schade te vergoeden, zijn verzuim heeft gezuiverd.