Naar boven ↑

Rechtspraak

IMCD Benelux BV/werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 21 juni 2011
ECLI:NL:GHARN:2011:BR3427

IMCD Benelux BV/werknemer

Concurrentiebeding blijft geldig bij stilzwijgende voortzetting. Meerderheidsbelang van concurrent in nieuwe onderneming van ex-werknemer leidt niet tot schending van het concurrentiebeding of geheimhoudingsbeding. Financieel belang onvoldoende om informatieuitwisseling bewezen te achten

Werknemer is op 1 oktober 2006 bij IMCD (tot 27 maart 2007 genaamd Internatio B.V.) in dienst getreden in de functie van Product Manager Coatings. Op de arbeidsovereenkomst is een concurrentie- en geheimhoudingsbeding van toepassing. Werknemer heeft de arbeidsovereenkomst eind 2009 opgezegd. Hij heeft op 25 januari 2010 Euro-Chemicals GmbH te Nordhorn (Duitsland) opgericht. Euro-Chemicals B.V. is een vennootschap die zich richt op productie, ontwikkeling en distributie van chemische producten, alsmede im- en export van chemische grondstoffen. De heer X is directeur en enig aandeelhouder van Euro-Chemicals B.V. Euro-Chemicals B.V. heeft een belang van 51% in Euro-Chemicals GmbH. In deze procedure in kort geding vordert IMCD betaling van de boetes wegens overtreding van het concurrentiebeding.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer stelt zich – onder verwijzing naar de Kantonrechter Almelo 25 januari 2011 jl. – op het standpunt dat het concurrentiebeding zijn kracht heeft verloren, nu het bij de stilzwijgende voortzetting van het aanvankelijke contract voor bepaalde tijd, niet opnieuw schriftelijk is overeengekomen. Gelet echter op de vaste lijn in de jurisprudentie, waarbij wordt aangenomen dat bij stilzwijgende verlenging een bestaand concurrentiebeding, behoudens bijzondere omstandigheden, zijn gelding behoudt op grond van artikel 7:668 BW, verwerpt het hof het verweer van werknemer.

Vast is komen te staan dat werknemer eenmaal het concurrentiebeding heeft overtreden, zodat de boete is verbeurd.

Met betrekking tot de stelling dat werknemer via Euro-Chemicals B.V. het concurrentiebeding (mede) overtreedt, overweegt het hof als volgt. De werkzaamheden van X en de bv zijn op zichzelf concurrerend met IMCD. Daarmee staat echter tegenover de gemotiveerde betwisting door werknemer nog niet vast dat werknemer via de bv het concurrentiebeding heeft overtreden. De financiële participatie van de bv in de GmbH is daarvoor op zichzelf onvoldoende. Wel kan aan IMCD worden toegegeven dat werknemer de schijn tegen heeft nu in hoger beroep is komen vast te staan dat de bv een meerderheidsbelang heeft in de GmbH, terwijl werknemer in eerste aanleg heeft betoogd dat er geen enkele betrokkenheid bestond tussen de bedrijven en alleen maar sprake was van een toevallige naamsovereenkomst tussen de bv en de GmbH. Het financiële belang betekent echter nog niet dat daarmee sprake is van samenwerking en uitwisseling van informatie.

Tot slot zal ook de vordering van IMCD ter zake de opgave van de relaties van IMCD waarmee werknemer en de GmbH contact hebben gezocht en al dan niet zaken hebben gedaan, worden toegewezen. IMCD heeft er belang bij om vast te kunnen stellen of er nadere overtredingen van het concurrentiebeding zijn geweest. Het hof acht het redelijk dat werknemer de gevraagde gegevens binnen een termijn van veertien dagen aan IMCD beschikbaar stelt.