Naar boven ↑

Rechtspraak

DHL/werknemer
Rechtbank Limburg, 24 juni 2011
ECLI:NL:RBMAA:2011:BR4397

DHL/werknemer

Ontbinding voor zover vereist. Zware beschuldigingen van bedrog door werknemer niet gerechtvaardigd. Vergoeding € 45.000

Werknemer is voor onbepaalde tijd in dienst van DHL. DHL heeft werknemer op staande voet ontslagen en stelt daartoe het volgende. Werknemer lapt de regels voor de werktijden aan zijn laars en zijn gedrag – met name jegens vrouwelijke collega's – is onacceptabel. Hij is diverse malen (officieel) gewaarschuwd en gewezen op zijn tekortkomingen en ongewenst gedrag, maar verbetering blijft uit. Thans vordert DHL ontbinding voor zover vereist.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de ontslagbrief volgt dat bedrog bij het doen van declaraties, dat werktijden van werknemer niet volgens het bedrijfsreglement zijn en dat werknemer een klant onheus bejegend heeft aan het ontslag op staande voet ten grondslag liggen. Vastgesteld moet worden dat deze zwaar aangezette beschuldigingen absoluut niet gerechtvaardigd worden door de feiten waarop DHL deze baseert. Van fraude met declaraties is geen sprake. Werknemer heeft – evenals een collega – bij de terugreis op het vliegveld een fles Remy Martin gekocht en deze gedeclareerd. De aard van de besteding staat duidelijk op de overgelegde bon vermeld en die bon is ook door werknemer ingediend. DHL heeft deze uitgave niet onder de noemer lunch- of foodkosten geaccepteerd en dat is haar goed recht. Men had dan ook kunnen volstaan met een waarschuwing aan werknemer dat dit soort uitgaven ongewenst was en dat hij zich daarvan diende te onthouden. Hetzelfde geldt ten aanzien van het gestelde bedrog bij het opvolgen van werktijdinstructies. DHL had werknemer een vermaning dienen te geven. De kwalificatie ‘bedrog’ is misplaatst, nu niet gebleken is dat werknemer DHL op enigerlei wijze heeft misleid. Ten aanzien van de ‘onheuse bejegening van een klant’ blijkt het te gaan om een medewerkster van een zusterorganisatie van DHL. Werknemer zou een onvriendelijke opmerking tegen haar gemaakt hebben, waarna zij zich heeft beklaagd bij haar chef. Het verweer van werknemer is niet voorafgaand aan het ontslag op staande voet op deugdelijke wijze onderzocht, zodat dit incident in redelijkheid geen ontslag op staande voet kan rechtvaardigen. Ook een aantal overige beschuldigingen is op geen enkele wijze met feiten onderbouwd. De kantonrechter is van oordeel dat deze beschuldigingen slechts gerechtvaardigd zijn indien deze komen vast te staan na een deugdelijk onderzoek, met inachtneming van hoor en wederhoor, zodat de betrokkene de gelegenheid krijgt zich te verweren. Van dit alles is niets gebleken en de kantonrechter acht het dan ook verwijtbaar dat een werknemer op deze ondeugdelijke grondslagen met ontslag wordt bedreigd.

Het verzoek tot ontbinding zou derhalve dienen te worden afgewezen, maar ter zitting is gebleken dat deze optie weinig perspectief biedt, ook voor werknemer, die weliswaar graag zijn baan wil behouden, maar eveneens twijfel heeft uitgesproken of die voortzetting nog redelijk en zinvol kan zijn. DHL heeft zonder meer te kennen gegeven dat zij niet bereid is hervatting van de werkzaamheden te bespreken of die serieus in overweging te nemen. De financiële consequenties van deze opstelling dienen voor haar rekening te komen. Volgt ontbinding onder toekenning van een vergoeding ex aequo et bono van € 45.000 bruto.