Rechtspraak
werknemer/Koga
Werknemer is in dienst van Koga als leerling-monteur op basis van een leer-arbeidsovereenkomst. In de overeenkomst is bepaald dat de leerling-werknemer die voor de opleiding is geslaagd, aansluitend aan de leer-arbeidsovereenkomst een arbeidscontract voor onbepaalde tijd zal worden aangeboden. Indien deze arbeidsovereenkomst niet redelijkerwijs in de eigen onderneming kan worden aangeboden, zal de werkgever zorgdragen voor de aanbieding van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij een andere werkgever in de sector. Nadat werknemer voor de opleiding is geslaagd, weigert Koga werknemer een baan aan te bieden of zorg te dragen voor aanbieding van een arbeidsovereenkomst bij een andere werkgever in de sector. Koga acht werknemer niet geschikt als werknemer op de montageafdeling. Werknemer vordert nakoming van de bepaling uit de leer-arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Koga heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd dat zij haar toezegging uit de leer-arbeidsovereenkomst nakomt. De ongeschiktheid en ongemotiveerdheid van werknemer is niet met stukken nader onderbouwd. Koga dient haar verplichtingen uit de overeenkomst na te komen. Het beroep van Koga op de contractvrijheid ter zake van het aanbieden van een baan aan werknemer slaagt niet. Op grond van de bepaling in de leer-arbeidsovereenkomst heeft Koga zich reeds tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst verplicht. Ten aanzien van de loonvordering overweegt de kantonrechter dat op dit moment geen arbeidsovereenkomst bestaat, zodat werknemer geen aanspraak kan maken op salarisbetaling. De vordering van werknemer om Koga te veroordelen hem te werk te stellen in de functie van monteur/montagemedewerker wordt toegewezen.