Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Hoge Raad, 9 september 2011
ECLI:NL:HR:2011:BQ5101

werknemer/werkgever

Werkgever niet aansprakelijk wegens ontbreken van schade en/of causaal verband

Deze procedure strekt ertoe de aansprakelijkheid van werkgever te doen vaststellen voor de schade die werknemer stelt te hebben geleden ter zake van twee arbeidsongevallen. In eerste en tweede instantie is de vordering van werknemer afgewezen. In cassatie klaagt werknemer onder meer dat het hof ten onrechte geen schade en/of het causaal verband tussen de schade en het (tweede) ongeval heeft aangenomen.

De advocaat-generaal concludeert (verkort) als volgt. 's Hofs oordeel ten aanzien van het eerste ongeval komt erop neer dat veronderstellenderwijs uitgaande van de lezing van werknemer er sprake is van een zodanig buiten het normale verwachtingspatroon liggend handelen (ongeval) dat de werkgever daarmee geen rekening behoefde te houden. Aldus brengt het hof tot uitdrukking dat de werkgever geen maatregelen behoefde te treffen met het oog op voorkoming van dergelijk handelen. De klacht tegen dit oordeel gericht faalt omdat die de door het hof weergegeven gedachtegang miskent. Ten aanzien van het tweede ongeluk oordeelt het hof dat werknemer niet heeft bestreden dat er geen afwijkingen zijn gevonden en dat de oorzaak van de pijnklachten niet valt vast te stellen. Anders dan werknemer veronderstelt, is 's hofs oordeel niet uitsluitend gegrond op de gedachte dat 'geen afwijkingen zijn gevonden'. Voor zover het onderdeel al een voldoende begrijpelijke en specifieke klacht tegen dit oordeel behelst, mislukt het. Weliswaar is juist dat de enkele omstandigheid dat geen afwijkingen kunnen worden vastgesteld niet noodzakelijkerwijs meebrengt dat een condicio sine qua non-verband niet kan worden aangetoond/aangenomen, maar in zo'n geval past wel grote voorzichtigheid. Werknemer beroept zich vervolgens op een aantal brieven van artsen, maar deze kunnen niet baten aangezien hieruit geen verband blijkt tussen het beweerde tweede ongeval en de klachten.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 Wet RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.