Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Noord Nederlands Orkest
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 6 september 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BR6802

werknemer/Stichting Noord Nederlands Orkest

Uitleg CAO Nederlandse Orkesten plaatsvervangend orkestmeester. Loon vastgesteld aan de hand van het gebruik

Werknemer is op 26 augustus 1991 in diens getreden van NNO in de functie van tweede concertmeester. In de schriftelijk vastgelegde arbeidsovereenkomst is niet opgenomen dat werknemer plaatsvervanger is voor de eerste concertmeester. Op deze overeenkomst was de collectieve arbeidsovereenkomst Nederlandse Orkesten van toepassing, op grond waarvan een werknemer recht heeft op een toeslag indien hij als 'plaatsvervanger' optreedt. Werknemer heeft ter onderbouwing van zijn vordering aangevoerd dat het NNO hem in strijd met de cao gedurende een reeks van jaren heeft laten werken in een andere functie dan die in zijn arbeidsovereenkomst was aangeduid c.q. als waarvoor hij oorspronkelijk was aangesteld en vordert derhalve loon. Werknemer heeft tevens aanspraak gemaakt op het hem tijdens de duur van zijn arbeidsongeschiktheid niet uitbetaalde salaris. In het vonnis van 4 december 2008 heeft de kantonrechter het door NNO gedane beroep op verjaring gehonoreerd en beslissingen genomen over de tijdvakken waarin werknemer min of meer bij voortduring feitelijk als plaatsvervangend eerste concertmeester heeft gefungeerd. Werknemer heeft tegen het oordeel van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. In het geding is het geschil over de vraag of werknemer nog recht heeft op achterstallig salaris.

Het hof oordeelt als volgt. Vast staat dat het NNO tot 1 maart 2003 officieel niet de functie van plaatsvervangend eerste concertmeester kende. Anders dan bij de eerste concertmeester is de taak van een plaatsvervangend eerste concertmeester, tweede concertmeester en plaatsvervangend tweede concertmeester in de onderscheiden cao's niet omschreven. Partijen hebben over de inhoud van de functie van tweede concertmeester gedebatteerd. Nu werknemer geen enkele toelichting heeft gegeven over de inhoud van de functie van tweede concertmeester, terwijl een vertegenwoordiger van de Nederlandse toonkunstenaarsbond ter gelegenheid van het pleidooi als juist heeft erkend dat het incidenteel kunnen vervangen van de eerste concertmeester tot de taak van de tweede concertmeester behoort, gaat het hof ervan uit dat laatstgenoemde uitleg correct is. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat werknemer tot 1 maart 2003, toen mevrouw Y als plaatsvervangend eerste concertmeester werd benoemd, alleen in die gevallen waarin hij daadwerkelijk als eerste concertmeester werkzaam is geweest, op een extra vergoeding aanspraak kon maken. Het gaat dan om 171 gevallen. Nu partijen geen loon over deze werkzaamheden zijn overeengekomen, dient aan werknemer een 'gebruikelijk loon' te worden toegekend. Gelet op de stellingen van partijen, de door hen overgelegde overzichten en de door het NNO gedane betaling van € 28.000 bruto heeft werknemer onvoldoende onderbouwd dat hij ter zake van deze vervangingen nog een vordering op het NNO heeft. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, moet de vordering van werknemer tot betaling van te weinig betaald salaris vanwege vervanging worden afgewezen.