Rechtspraak
Avebe/werknemer
Werknemer is sinds 1989 in dienst van Avebe, laatstelijk in de functie van Operating Employee Dextrinetak. Avebe heeft werknemer op 22 juli 2011 op staande voet ontslagen, omdat hij heeft gerookt in een fabrieksgebouw waar sprake is van brand- en explosiegevaar. Avebe heeft, voor zover ooit in rechte onherroepelijk komt vast te staan dat op het moment van ontbinding de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog bestaat, verzocht de arbeidsovereenkomst tussen haar en werknemer te ontbinden.
De kantonrechter heeft de vordering tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon toegewezen (zie AR 2011-0743). In dit vonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat geen sprake is van een dringende reden. Dit betekent dat het ontbindingsverzoek alleen kan worden toegewezen op grond van een verandering van omstandigheden. Avebe heeft in dat kader aangevoerd dat werknemer, terwijl hij wist van de gevaren en meerdere keren was gewaarschuwd, bewust insubordinatie heeft gepleegd door te roken op de werkvloer en dat hij daarmee zichzelf, zijn collega's en de goederen van Avebe in gevaar heeft gebracht. Dit standpunt van Avebe, het standpunt van werknemer(s) en dat wat vaststaat, heeft de kantonrechter al betrokken bij zijn oordeel om de vorderingen in kort geding toe te wijzen, waaronder de wedertewerkstelling. Deze kunnen dan in deze procedure niet tot toewijzing van het verzoek leiden. Ook de enkele omstandigheid dat het ontslag van de werknemer de pers heeft gehaald, maakt niet dat een terugkeer van werknemer bij Avebe onmogelijk is. Het (voorwaardelijke) ontbindingsverzoek wordt afgewezen.