Rechtspraak
werknemer/Boxes LPF
Werknemer is sinds 2006 in dienst van Boxes LPF in de functie van Managing Director. Na een overname in 2011 is de managementpositie van werknemer komen te vervallen. Werknemer is vervolgens ontslagen. Bij vonnis van 26 juli 2011 heeft de kantonrechter in kort geding overwogen dat aannemelijk moet worden geacht dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat werknemer als statutair directeur heeft te gelden en dat de besluiten van 30 mei 2011 tot het ontslag van werknemer als bestuurder en werknemer rechtsgeldig zijn genomen (zie AR 2011-0635). De arbeidsovereenkomst is echter niet geëindigd, omdat het opzegverbod wegens overgang van onderneming van toepassing is. De vordering tot wedertewerkstelling is derhalve toegewezen. Werknemer heeft de daarna aangeboden werkzaamheden geweigerd, omdat deze volstrekt niet vergelijkbaar zijn met zijn functie van Managing Director. Boxes LPF heeft in augustus 2011 laten weten dat de functie van werknemer met onmiddellijke ingang komt te vervallen. Werknemer is het niet eens met zijn vrijstelling van het verrichten van werkzaamheden. Thans vordert werknemer dat hij in staat wordt gesteld de overeengekomen werkzaamheden als Managing Director te hervatten.
De rechtbank oordeelt als volgt. Er is geen aanleiding om van het vonnis van 26 juli 2011 af te wijken. De opgelegde maatregel waarbij werknemer per onmiddellijke ingang is vrijgesteld van werkzaamheden wegens verval van de functie, kan gezien het onverhoedse, zeer ingrijpende en in de regel diffamerende karakter daarvan voor werknemer niet gerechtvaardigd worden. Boxes LPF heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door haar aangeboden werkzaamheden vergelijkbaar zijn met de functie van Managing Director en dat de functie van Managing Director onmiddellijk opgeheven diende te worden. Boxes LPF heeft zelf gesteld dat het opheffen van de functie is genomen in het kader van strategische heroriëntatie, waardoor niet aannemelijk is dat de functie per direct moest komen te vervallen. De vordering van werknemer wordt toegewezen. De dwangsommen zullen worden toegewezen voor een bedrag van € 5.000 per dag of gedeelte daarvan dat Boxes LPF in gebreke blijft aan haar veroordelingen te voldoen, met een maximum van € 100.000. Nu Boxes LPF geen hoger beroep tegen het vonnis van 26 juli 2011 heeft ingesteld, zal de vordering in reconventie niet worden behandeld, omdat Boxes LPF alsnog een verkapte appelprocedure tracht te voeren.